Notaris moest gerede twijfel hebben en het Stappenplan beoordeling wilsbekwaamheid volgen
Notaris N passeert in 2008 – in het verpleeghuis waar erflaatster E verbleef – een nieuw testament. In dit testament benoemt E klager K en de neef van haar echtgenoot tot haar erfgenamen, ieder voor de helft. In het daarmee herroepen testament, gepasseerd door de voorganger van N, was K tot enig erfgenaam benoemd. E overlijdt in 2011. De kamer voor het notariaat ’s-Hertogenbosch heeft de klacht ongegrond verklaard (ECLI:NL:TNORSHE:2015:26).
De klacht
In 2000 is bij E de ziekte van Parkinson vastgesteld. Zij woonde op dat moment nog thuis. Daarna ging het slechter, het lukte haar niet meer om zelfstandig beslissingen te nemen en om haar financiële administratie te doen. Rond 2005 is bij E het Lewy-Body-syndroom vastgesteld (een vorm van dementie). In 2006 ging E steeds meer achteruit. Uiteindelijk is E in 2007 opgenomen in een verpleeghuis. K was haar eerste contactpersoon en beheerde haar zaken. In 2008 is de neef regelmatig bij E op bezoek geweest, terwijl hij daarvoor niet in beeld was. Hij is ook degene geweest die de eerste afspraak met N heeft gemaakt, E twee keer naar het kantoor van N heeft vervoerd en de factuur voor het opstellen en passeren van het testament (contant) heeft betaald. Ten tijde van het passeren van het testament van 2008 was E op hoge leeftijd en verbleef zij in het verpleeghuis. K is van mening dat er voldoende indicatoren aanwezig zijn om gerede twijfel te hebben over de wilsbekwaamheid van E en hiernaar nader onderzoek te doen.
Het verweer
N heeft eerst met E alleen gesproken in de auto, nadat E te kennen gaf niet uit de auto te willen komen. Zij was op dat moment onzeker over de gang van zaken. Haar man was overleden en zij moest alles alleen regelen. E zou terugkomen als zij wat rustiger zou zijn. Nadien heeft de neef opnieuw telefonisch een afspraak gemaakt voor een bespreking op het notariskantoor. Tijdens deze bespreking, waarbij de neef opnieuw niet aanwezig was, wist E duidelijk te maken dat zij haar nalatenschap wilde verdelen tussen de familie van haar (overleden) echtgenoot en haar eigen familie. Na deze bespreking heeft N een concept-testament opgesteld en aan E toegestuurd en vervolgens in het verpleeghuis gepasseerd. E herkende N, kwam helder over en herhaalde haar wensen in duidelijke bewoordingen. N had niet de indruk dat de neef E beïnvloedde.
Het oordeel
Gebleken is dat N wist, althans het vermoeden had, dat E wegens psychische redenen in het verpleeghuis verbleef. Verder is van belang dat de neef, die een belanghebbende was, het eerste telefonisch contact heeft gelegd voor het maken van een afspraak. Het nieuwe testament week voorts ingrijpend af van het vorige. De neef is ook degene geweest die E tweemaal heeft begeleid in de contacten met N. Verder staat vast dat E tijdens de eerste ontmoeting met N niet uit de auto wilde komen, onzeker was over de gang van zaken en voorts onrustig was. Onder deze concrete omstandigheden had N naar het oordeel van het hof gerede twijfel over de wilsbekwaamheid van E behoren te hebben en had het voor de hand gelegen dat hij – gelijk het Stappenplan beoordeling wilsbekwaamheid adviseert – zich bij zijn besluitvorming ter zake had laten bijstaan door medewerkers van zijn kantoor en hen als getuigen had laten optreden bij het (eventueel) passeren van de akte in het verpleegtehuis.
Op zijn minst had N informatie moeten inwinnen bij een verpleegarts of het verplegend personeel van de zorginstelling waar E verbleef, of zich anderszins moeten laten voorlichten over de geestesgesteldheid van E. N kan tuchtrechtelijk worden verweten dat hij dat heeft nagelaten.
Het Hof legt de maatregel berisping op.