Notaris is ‘technisch failliet’ maar ziet de ernst niet in: ontzetting uit het ambt

Leestijd: min

Opslaan

Deel deze informatie

Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden 2 mei 2016

N is sinds 2000 als notaris werkzaam. Eind 2012 benoemt de Kamer van Toezicht Amsterdam een stille bewindvoerder die tot eind 2013 helpt met de financiële problemen van N. Klager Bureau Financieel Toezicht (BFT) doet zeer regelmatig onderzoek naar de financiële situatie van N en rapporteert in 2013 en 2014 een negatieve kantoorliquiditeit en in 2015 ook een negatieve solvabiliteitspositie (een verlies van 65.000 euro). Ook het privévermogen van N is sterk negatief (meer dan 400.000 euro) ten gevolge waarvan ook executoriaal beslag is gelegd op het kantoorpand.

De klacht

N laat de negatieve liquiditeit en solvabiliteit zakelijk en privé voortduren. N heeft de afwikkeling van oudere (boedel)dossiers onvoldoende ter hand genomen. Er zijn ten onrechte betalingen uit boedels verricht en declaraties van N verrekend waar de gerechtigden geen toestemming voor hebben gegeven. Er zijn ten onrechte kosten van een klachtprocedure opgenomen in een declaratie.

Het verweer

Het notariskantoor was tot en met 2014 winstgevend. Er is slechts één oorzaak voor zijn financiële malaise: N heeft in 2006 een woonhuis gekocht dat hij liet restaureren. Door de financiële crisis werden de lasten te hoog en heeft hij het huis met een groot verlies moeten verkopen en is hij met restschulden blijven zitten. Mede door hoge alimentatieverplichtingen kon hij zijn privéopnamen niet verminderen. Dat het kantoor vanaf 2015 verliesgevend geweest is, is volgens N veroorzaakt door drie beslissingen van de kamer voor het notariaat, waardoor hij vanaf augustus 2015 ruim vier maanden geschorst is geweest. Hier heeft de acquisitie en instroom van nieuwe zaken onder te lijden gehad. Mede door de beëindiging van de arbeidscontracten van drie medewerkers hoopt N weer winst te maken in 2016. Wat betreft de achterstallige (boedel)dossiers en de onregelmatigheden met de boedelgelden verwijst N naar zijn medewerkers. Het niet op orde hebben van de administratie ligt aan de mislukte invoering van een nieuw computersysteem.

Het oordeel

Uit de rapportages van BFT blijkt dat er in feite sprake is van een ‘technisch faillissement’, waarbij er geen zicht op verbetering is. De kans dat N op enig moment niet meer aan zijn financiële verplichtingen kan voloen, is reëel, waarmee het gevaar dat de notariële onafhankelijkheid verloren gaat geenszins denkbeeldig is. De kamer acht het van groot belang dat de afgelopen jaren getracht is om de problemen met een stille bewindvoerder op te lossen, maar dat dit geen blijvend resultaat heeft gehad; de situatie is zelfs verslechterd na het einde van de bewindvoering. De ernst van de situatie wordt nog benadrukt door hoge belastingschulden (loonbelasting en BTW). N is voorts eindverantwoordelijk voor de afhandeling van de (boedel)dossiers, echter de klacht over de verrekening van de declaraties is niet gegrond omdat de betreffende kandidaat-notaris in de tuchtzaak daarover geen verwijt kon worden gemaakt.
De kamer overweegt dat aan N sinds 2005 meerdere maatregelen door de tuchtrechter zijn opgelegd en dat N zich onvoldoende bewust lijkt van de ernst van de situatie. Daarmee is het risico dat het handelen en nalaten van N het vertrouwen in het notariaat kan schaden dermate groot, dat de kamer het langer voortzetten van de notariële praktijk door N niet voor haar verantwoording wil nemen.
De notariskamer legt de maatregel ontzetting uit het ambt op.

Opmerking

De notaris heeft van BFT behoorlijk wat tijd gekregen om orde op zaken te stellen. Het is voor cliënten, schuldeisers en personeel te hopen dat dit niet te lang is geweest en een echt faillissement nog kan worden voorkomen.