Belegging derdengelden mag niet bij een Luxemburgse vermogensbeheerder

Leestijd: min

Opslaan

Deel deze informatie

Hof Amsterdam 10 januari 2017

Deze uitspraak betreft het hoger beroep van de zaak van zeven notarissen tegen twee notarissen over HEMA notarisservice, Goedkoopstenotaris.nl, Nationale Notaris en de Jazeker Notarisservice (De Hypotheker) (beide laatste zijn marktactiviteiten van Nationale Notaris Holding B.V. (hierna: NNH)), en DELA notarisservice. Deze initiatieven worden door klagers genoemd: ‘de Bestreden Initiatieven’. De beslissing van de kamer voor het notariaat Amsterdam van 4 februari 2016 (ECLI:NL:TNORAMS:2016:2) is behandeld in Notariaat Magazine 2016/1 onder de titel ‘Samenwerking met Nationale Notaris volgens het participatiemodel is in strijd met ambtsregels’.
De kamer verklaarde alleen de klacht over de samenwerking met Nationale Notaris volgens het participatiemodel gegrond. Het participatiemodel houdt in dat NNH in de vennootschap waarbinnen de notaris zijn praktijk uitoefent 49 procent van de aandelen houdt en de notaris 51 procent. De notaris is statutair bestuurder.
De kamer oordeelde dat deze samenwerking bij voortzetting de maatregel van ontzetting uit het ambt zou kunnen rechtvaardigen, aangezien deze in strijd is met de onafhankelijkheid. De kamer stelde echter notaris 2 in de gelegenheid om binnen drie maanden tot ontvlechting van de samenwerking te komen, alvorens een maatregel te nemen.

Het oordeel

Formeel

  1. Heeft de kamer een eindbeslissing genomen?
    Het hof gaat eerst in op de vraag of de uitspraak van de kamer wel een eindbeslissing is, of dat er slechts een tussenbeslissing is genomen waartegen geen beroep mogelijk is. Na ontvangst van de rapportage van notaris 2 over de wijziging van de samenwerking met NNH zou de kamer opnieuw oordelen of deze de tuchtrechtelijke toets kan doorstaan. De kamer heeft de beslissing met betrekking tot de eventueel te treffen maatregel aangehouden.
    Het hof legt de beslissing van de kamer zo uit dat deze heeft bedoeld dat in het geval hoger beroep zou worden ingesteld en de samenwerking tussen notaris 2 en NNH in de toen bestaande vorm volledig zou zijn beëindigd, er geen aanleiding zou bestaan om te bezien of alsnog een maatregel dient te worden opgelegd.
    De kamer heeft voor deze situaties aldus een einduitspraak willen geven. Nu de kamer haar beslissing zelf aanmerkt als eindbeslissing en bovendien de verdere behandeling in afwachting van het onderhavige hoger beroep heeft stopgezet, merkt het hof de beslissing van de kamer aan als einduitspraak.
  2. Invloed van de KNB-procedure? (Hof Amsterdam 16 juni 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:2270) Klagers maken bezwaar dat de kamer de zogenoemde KNB-procedure (tegen het HEMA- en DELA-initiatief) eerst heeft afgerond en de uitkomst van het hoger beroep in die zaak heeft afgewacht alvorens de onderhavige tuchtzaak te behandelen. Dit zou in hun nadeel zijn geweest, aangezien in de beslissing van de kamer inhoudelijk niet of nauwelijks is ingegaan op de onderbouwing van hun bezwaren tegen de HEMA en DELA notarisservice.
    Het hof is van oordeel dat het aan de kamer is te bepalen hoe en wanneer zij de bij haar ingekomen klachten behandelt en de procedure daartoe inricht. Los daarvan wordt de zaak in hoger beroep in volle omvang behandeld.

Inhoudelijk

Het hof deelt het oordeel van de kamer wat betreft de HEMA notarisservice, Goedkoopstenotaris.nl, de Jazeker Notarisservice en DELA notarisservice.
Wat betreft de samenwerking met de Nationale Notaris verwijten klagers notaris 2 onder meer dat hij heeft gehandeld in strijd met IDS 2003.
Het hof is van oordeel dat de constructie waarbinnen NNH participeerde in de praktijkvennootschap van notaris 2 NNH in verregaande, zo niet beslissende wijze invloed op de bedrijfsvoering van de praktijkvennootschap van notaris 2 had, zodat kan worden gezegd dat notaris 2 en NNH de zeggenschap over de bedrijfsvoering met elkaar deelden. De samenwerkingsovereenkomst had daarnaast tot gevolg dat de praktijk, tenminste gedeeltelijk, ook voor gezamenlijke rekening en risico van notaris 2 en NNH werd uitgeoefend.
Vervolgens komt de vraag aan de orde of de zinsnede ‘een beoefenaar van een ander beroep dan notaris’ enkel ziet op samenwerkingsvormen met de in IDS 2003 bedoelde (tuchtrechtelijk gereguleerde) beroepen, dan wel of deze zinsnede breder moet worden geïnterpreteerd. Uit de toelichting bij artikel 2 IDS 2003 valt af te leiden dat een samenwerking waarbij de deelnemers geheel of gedeeltelijk voor gezamenlijke rekening en risico een praktijk uitoefenen of zeggenschap over de bedrijfsvoering met elkaar delen voor een notaris uitsluitend is toegestaan, indien deze geschiedt met advocaten en belastingadviseurs. Dit brengt mee dat de woorden ‘een beoefenaar van een ander beroep dan notaris’ in de definitie van ‘samenwerking’ niet slechts betrekking hebben op beoefenaren van de ‘traditionele beroepen’, maar dat dit begrip ruim moet worden uitgelegd, anders zou een samenwerking met de in artikel 2 bedoelde beroepsbeoefenaren streng gereguleerd zijn, terwijl de samenwerking met anderen geheel vrij zou zijn.
Nu NNH geen advocaat of belastingadviseur is, heeft notaris 2 gehandeld in strijd met IDS 2003.
Ondanks de aanpassing van de samenwerking rekent het hof het notaris 2 zwaar aan dat hij door de samenwerking met NNH binnen het participatiemodel zijn onafhankelijkheid, onpartijdigheid en zijn geheimhoudingsplicht heeft veronachtzaamd. Het hof acht daarom het opleggen van de maatregel van schorsing voor de duur van twee weken passend.

Het hof legt de maatregel schorsing voor de duur van twee weken op.

Opmerking

De kamer was voornemens om de vervolgactie van de notaris mee te nemen in de op te leggen maatregel. Begrijpelijk voor de beantwoording van de principiële vragen van klagers, maar feitelijk heeft de tuchtrechter te oordelen over hetgeen wordt voorgelegd en kan de tuchtrechter met het oordeel, de motivatie en de zwaarte van de maatregel genoegzaam aangeven waar de grenzen liggen.
De uitspraak van de kamer kan nauwelijks anders dan als een tussenbeslissing opgevat worden, maar het hof ziet ruimte om deze op creatieve en praktische wijze als eindbeslissing op te vatten.