Een executeur is niet onbeperkt zelfstandig beschikkingsbevoegd

Leestijd: min

Opslaan

Deel deze informatie

Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden 6 september 2017

In 2014 en 2015 overlijden de ouders van klaagster K, die in hun testamenten twee van hun acht kinderen tot executeurs benoemden.
De taak van de executeurs is in beide testamenten onder meer als volgt beschreven:
‘In verband met de betaling van de schulden is de executeur bevoegd de door hem/haar beheerde goederen van mijn nalatenschap te gelde te maken. De executeur behoeft over de keuze en de te gelde making niet in overleg te treden met de erfgenamen en hun toestemming daarvoor is ook niet vereist.’ De nalatenschappen waren ruim positief en bestonden uit onder meer een woning, een chalet, een effectenportefeuille en banktegoeden.
Notaris N geeft een verklaring van erfrecht en executele af waarin onder meer is vermeld:
‘Interne bepalingen executele De executeur hoeft aldus omtrent de keuze van de te gelde te maken goederen en de wijze van tegeldemaking niet in overleg te treden met de erfgenamen.’ K en twee andere erfgenamen spannen in het voorjaar van 2015 een kort geding aan tegen de executeurs om hen te laten verbieden andere daden dan die van beheer te plegen.
De voorzieningenrechter overweegt:
‘Nu onweersproken is gebleven dat het te gelde maken van de vermogensbestanddelen tot nu toe niet noodzakelijk was voor het voldoen van schulden van de nalatenschap en zonder instemming van alle erven heeft plaatsgevonden, is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat gedaagden in hun hoedanigheid als executeurs verder zijn gegaan dan hun bevoegdheden reikten.’
In antwoord op een brief van K bericht N in maart 2016 onder meer:
‘De executeurs verzochten mij duidelijkheid te geven over de invulling van hun taak en bevoegdheden. Als notarieel jurist heb ik expliciet de vraag gekregen hoe het testament en de daarmee corresponderende wettekst geïnterpreteerd moest worden. Waren de executeurs zelfstandig bevoegd te beschikken (externe bevoegdheid) over de goederen der nalatenschap? Mijn conclusie was en is dat zij dit konden. Uw stellingname dat de executeurs niet zelfstandig (extern) beschikkingsbevoegd waren is derhalve niet juist.’

De klacht

N heeft de executeurs onjuist geadviseerd, waardoor zij hebben gehandeld alsof zij onbeperkt zelfstandig beschikkingsbevoegd waren.

Het verweer

De executeurs zijn zelfstandig beschikkingsbevoegd ingevolge artikel 4:145 Burgerlijk Wetboek (BW). Deze externe bevoegdheid kent geen beperking. Wel dient een executeur de erfgenamen te informeren.

Het oordeel

De kamer stelt vast dat voor de bevoegdheden van de executeurs bepalend is hetgeen daarover in het testament is vermeld. Blijkens het testament zijn de executeurs enkel zelfstandig bevoegd om goederen te gelde te maken voor zover dat nodig is ter voldoening van de schulden van de nalatenschap. N heeft in zijn advies deze beperking onvoldoende onder de aandacht van de executeurs gebracht, zeker nu N wist dat het een omvangrijke nalatenschap met weinig schulden betrof. Ook de tekst van de verklaring van erfrecht en executele is onvoldoende duidelijk over de beschikkingsbevoegdheid van de executeurs. De executeurs zijn hierdoor op het verkeerde been gezet.

De notariskamer legt de maatregel waarschuwing op.

Opmerking

Volgens artikel 4:147 BW is de executeur bevoegd tot verkoop van goederen voor zover dit nodig is voor de voldoening van schulden. Uit de literatuur blijkt dat deze voorwaarde voornamelijk interne werking heeft. Volgens de Hoge Raad mag een derde ervan uitgaan dat de executeur bevoegd is als hij redelijkerwijs mag aannemen dat de tegeldemaking nodig was.
N rept in zijn verweer over de externe bevoegdheid van de executeurs. Het ging hier echter juist om de verhouding met de erfgenamen. Dat in het testament was vermeld dat de executeurs niet hoefden te overleggen of toestemming hoefden te vragen van de erfgenamen over de keuze van de te gelde te maken goederen heeft alleen betrekking op deze noodzakelijke tegeldemaking.

Lees de hele uitspraak