Kandidaten in het nauw door hoge werkdruk en monddood door boeteclausule, maar wel verantwoordelijk
Erflater E overleed in 2015. De nalatenschap is door de echtgenote en kinderen beneficiair aanvaard. De rechter benoemt notaris K, klaagster, tot bewindvoerder over de goederen van E’s echtgenote. De rechter benoemt kandidaat-notaris M, werkzaam bij notariskantoor N, tot vereffenaar in de nalatenschap van E, zulks op verzoek van de zoon in verband met gerezen problemen. Kandidaatnotaris W, werkgever, was enig (indirect) aandeelhouder van notariskantoor N.
Kandidaat-notaris V verrichte op verzoek van M ook werkzaamheden in het dossier. M en V zijn sinds eind 2016 niet meer werkzaam op het notariskantoor.
De klacht
K klaagt als bewindvoerder en namens de zoon van E. De taak van de vereffenaar was simpel, want het ging om banktegoeden, inboedel, een auto en wat sieraden. De kandidaat-notarissen hebben te traag gehandeld, te weinig zelf de regie in het dossier gehouden, te weinig gecommuniceerd naar K en niet zorgvuldig gehandeld als vereffenaar c.q. feitelijk uitvoerder.
Het verweer
V vindt het lastig een passende reactie te geven, aangezien zij verwikkeld is geweest in een arbeidsrechtelijk geschil met W. In de arbeidsovereenkomst is opgenomen dat bij overtreding van de geheimhoudingsplicht aan V een boete van 100.000 euro kan worden opgelegd. V durft zich daarom niet heel inhoudelijk uit te laten over de precieze omstandigheden waarin haar was opgedragen werkzaamheden in het onderhavige dossier uit te voeren.
Omdat M het erg druk had, vroeg hij V om bepaalde zaken in het dossier uit te voeren, echter V had het ook erg druk. V heeft haar collega meerdere malen geadviseerd zijn benoeming als vereffenaar neer te leggen. Sinds eind 2016 is V wegens het arbeidsgeschil niet meer welkom op kantoor. Op dat moment wist zij niet dat dit van definitieve aard zou zijn en heeft zij de belanghebbenden hierover niet kunnen informeren.
M is eind 2016 ontslagen en heeft zich niet meer bezig kunnen houden met onderhavig dossier. M heeft een overeenkomst ondertekend waarin hij verklaart dat hij en zijn ex-werkgever geen negatieve uitlatingen zullen doen over elkaar.
Als verantwoordelijke voor dit dossier neemt M de schuld geheel op zich en wil naar de erfgenamen zijn excuses aanbieden. De werkdruk was te groot, waardoor hij zelfs een burn-out heeft gehad. Na diverse malen overleg met W over het beëindigen van de benoeming tot vereffenaar is er mede daardoor een arbeidsgeschil ontstaan.
Het oordeel
V heeft er alles aan heeft gedaan haar taak zo goed mogelijk te vervullen. Door af en toe wat werkzaamheden in het dossier te verrichten, is zij niet verantwoordelijk voor het dossier geworden. Deze klacht is derhalve ongegrond.
M was verantwoordelijk voor het dossier en heeft te weinig de regie in het dossier gehouden. Dat M er wegens afspraken in zijn contract met W voor kiest niet te verklaren waarom hij de regie niet heeft gehouden of kon houden, is een keuze die voor zijn rekening en risico komt.
Deze klacht is gegrond.
De notariskamer legt de maatregel waarschuwing op.
Opmerking
In een uitspraak op dezelfde dag tegen W (ECLI:NL:TNORDHA:2017:27) oordeelde de kamer dat adequaat handelen geboden was na het op non-actief zetten van de kandidaten. W had de dossiers van beiden ter hand moeten nemen of ten minste moeten controleren, ook wat betreft de mailboxen. Ook had hij de cliënten moeten informeren, al was het alleen maar met een ‘afwezigheidsmelding’. De kamer heeft W de maatregel berisping opgelegd.