Notarieel jurist die niet voor een notaris werkt, valt niet onder het tuchtrecht

Leestijd: min

Opslaan

Deel deze informatie

Kamer voor het notariaat Den Haag 20 september 2017

Erflater E was gehuwd met klaagster K. E had drie dochters. E was journalist en eigenaar van een website, waarop veel praktische informatie over wonen, leven en werken in een bepaald land stond. Er ontstond in 2005 een samenwerkingsverband tussen E en verweerster V (thans kandidaat-notaris), die is gespecialiseerd in het recht van dat land. Sinds 2013 had E een hersentumor. In oktober 2015 stelt V een concepttekst op voor een handgeschreven testament voor E. In maart 2016 stelt E een buitenlands handgeschreven testament op.
In mei 2016 overlijdt E. K verzoekt V haar te helpen met het verkrijgen van een (Europese) verklaring van erfrecht, maar verbreekt het contact bijna direct daarna. Daarna hebben de stiefdochters contact met V opgenomen en heeft V hen een e-mail van K doorgestuurd.

De klacht

V heeft herhaaldelijk haar geheimhoudingsplicht geschonden, onder meer door zonder toestemming van K een persoonlijke e-mailwisseling aan de stiefdochters te verstrekken.
Na de invoering van de Europese Erfrechtverordening hadden K en E advies gevraagd aan V over hun testament. V adviseerde toen een handgeschreven testament. Toen V het handgeschreven testament van E onder ogen kreeg, twijfelde zij of E ten tijde van het opgestelde testament nog wel in staat was geweest zelf goed na te kunnen denken (handschrift was slecht leesbaar).
V ondertekende haar e-mails met ‘kandidaat- notaris’ en heeft zich als zodanig geprofileerd, waarop K heeft vertrouwd.

Het verweer

V is op 19 januari 2017 als kandidaat-notaris in dienst getreden bij een notariskantoor. In de periode van 1 augustus 2012 tot 19 januari 2017 heeft zij (grotendeels) niet voldaan aan de kwalificatie van kandidaat- notaris. V verzoekt de kamer om K niet-ontvankelijk te verklaren. Toen V in maart 2016 van K een kopie ontving van het slecht leesbare testament heeft V haar vrijblijvend aangeboden dat zij het voor zou leggen aan N, die vervolgens liet weten ‘hier niets mee te kunnen, totaal onleesbaar’. V adviseerde K om naar een buitenlandse notaris te gaan, zodat er alsnog een testament gepasseerd zou kunnen worden, indien en voor zover E daartoe in staat was. K heeft daarna de contacten met V verbroken.
Na het overlijden van E hadden de stiefdochters, geheel los van K, V gevonden via de website. V heeft de stiefdochters verwezen naar N en K maar bij gebreke aan een reactie kwamen de stiefdochters weer bij V uit. V heeft hen algemene uitleg gegeven en aangegeven dat zij twijfels had over de geldigheid van het testament en dat het wenselijk zou zijn als de stiefdochters hierover in gesprek zouden gaan met K. In de sommatie van de advocaat van de stiefdochters richting N is gebruikgemaakt van een e-mailbericht van K aan V, waarin werd gemeld dat ten tijde van het opstellen van het handgeschreven testament, E al sinds twee jaar niet meer in staat was te praten en/of te schrijven. V heeft deze e-mail aan de stiefdochters verstrekt, omdat zij van mening is dat de zorgplicht jegens de dochters (opdrachtgevers) sterker was dan haar geheimhoudingsplicht jegens K (geen opdrachtgever).

Het oordeel

De eerste vraag is of V wel of niet heeft opgetreden in de hoedanigheid van kandidaat- notaris. Op grond van artikel 1 lid 1 sub c Wet op het notarisambt (Wna) is een kandidaat-notaris degene die voldoet aan één van de opleidingseisen en onder verantwoordelijkheid van een notaris notariële werkzaamheden verricht.
Onderhavige klacht speelde zich af vóór de datum dat V in dienst is getreden op een notariskantoor.
Er is een praktijk ontstaan met een veelvoud aan verhoudingen tussen het notariaat en zzp’ers. Dit valt buiten de kring van personen die voor wat betreft hun beroepsuitoefening onder het tuchtrecht vallen.
Ten overvloede merkt de kamer op dat onderhavige kwestie een ongewenste situatie betreft, waarin de huidige regelgeving niet voorziet. Indien wel vastgesteld had kunnen worden dat V op dat moment kandidaat-notaris was, dan is hetgeen V heeft gedaan een schending van haar geheimhoudingsplicht en derhalve tuchtrechtelijk laakbaar.

De notariskamer verklaart de klacht niet-ontvankelijk.

Opmerking

De kamer overweegt ten overvloede dat er sprake is van een ongewenste situatie, maar motiveert dit niet. Zouden zelfstandig notarieel juristen voor hun werk buiten notariskantoren onder het notariële tuchtrecht moeten vallen? Gaat dat niet heel erg ver? Het is belangrijk dat de zelfstandig notarieel jurist duidelijk is over zijn of haar positie en zich niet profileert als kandidaat-notaris voor het werk buiten het notariaat.

Lees de hele uitspraak