Notaris doet onterecht beroep op geheimhoudingsplicht
Klaagster K was gehuwd met de heer M. In hun huwelijkse voorwaarden was een periodiek verrekenbeding opgenomen dat echter nooit is uitgevoerd. M heeft tijdens het huwelijk een bedrijf opgericht, waarvan de omzet in 2010 137 miljoen euro bedroeg. Eind 2011 passeert notaris N een akte van schenking van certificaten van aandelen in het bedrijf van M aan hun kinderen. K en M stemden als wettelijk vertegenwoordigers van hun twee minderjarige kinderen met deze schenking in.
Begin 2012 passeert N een akte wijziging huwelijkse voorwaarden waarin is opgenomen dat K en M het periodiek verrekenbeding wensen te laten vervallen.
Tevens bevat de akte een vaststellingsovereenkomst waarin K en M verklaren dat zij ter zake van het periodiek verrekenbeding niets (meer) van elkaar te vorderen hebben.
Voorafgaand adviseerde N het echtpaar om het periodiek verrekenbeding te verwijderen, omdat volgens N een jaarlijkse verrekening van overgespaard inkomen in hun situatie niet meer aan de orde was. In mei 2015 deelt M aan K mee dat hij hun huwelijk wenst te beëindigen. In oktober 2015 heeft K een gesprek met N over de gewijzigde huwelijkse voorwaarden. K wendt zich tot een advocaat voor verdere uitleg van de akten.
Een jaar later verzoekt K’s advocaat N om een afschrift van de dossiers inzake de gewijzigde huwelijkse voorwaarden en de schenkingsakte. N wijst deze verzoeken af.
De klacht
- N heeft K niet voorgelicht over de vergaande financiële consequenties die de vaststellingsovereenkomst en het laten vervallen van het periodiek verrekenbeding in de huwelijkse voorwaarden voor haar zouden kunnen hebben.
Het laten vervallen van het periodiek verrekenbeding was een ondeugdelijk advies van N. De reden van N voor dit advies was dat er eigenlijk sprake was van een gemeenschap van goederen. Door het schrappen van het verrekenbeding zou echter juist een koude uitsluiting ontstaan. Verder had N haar erop moeten wijzen dat zij met de vaststellingsovereenkomst iedere aanspraak op verrekening prijsgaf.
K heeft niet eerder een klacht ingediend, omdat zij de implicaties pas begreep nadat haar advocaat haar de situatie had uitgelegd. - N heeft K evenmin voorgelicht over de mogelijke gevolgen van de schenkingsakte.
- N heeft ten onrechte een beroep op zijn geheimhoudingsplicht gedaan in reactie op het verzoek van de advocaat van K om afschriften van de dossierstukken.
Het oordeel
De voorgestelde wijzigingen in de huwelijkse voorwaarden konden voor K grote negatieve financiële gevolgen hebben, terwijl er voor haar geen voordelen verbonden waren aan het prijsgeven van mogelijke toekomstige vorderingen. Verder staat vast dat N destijds geen aantekeningen heeft gemaakt van de besprekingen, waaruit had kunnen blijken dat K over deze grote risico’s nadrukkelijk is voorgelicht.
De gevolgen zijn K pas duidelijk geworden nadat zij zich tot haar advocaat had gewend. Omdat K niet binnen een jaar na dit moment haar klacht heeft ingediend kan zij niet in het eerste en tweede klachtonderdeel worden ontvangen.
Wat betreft het derde klachtonderdeel geeft N aan dat hij zich terughoudend opstelde met het verlenen van inzage in het dossier omdat K en M in een echtscheidingsprocedure verwikkeld waren. Omdat N twijfelde of hij het dossier (of stukken daaruit) mocht verstrekken aan een van de partijen, meende hij beter niet dan wel inzage te verlenen.
De kamer is met N van oordeel dat zijn geheimhoudingsplicht in de weg kan staan aan verstrekking van afschriften van integrale dossiers. Echter, naar het oordeel van de kamer heeft N ten onrechte met betrekking tot alle dossierstukken een beroep op zijn geheimhoudingsplicht gedaan.
Zijn geheimhoudingsplicht staat namelijk niet in de weg aan het verstrekken van afschriften van eventuele aantekeningen die N heeft gemaakt van besprekingen waarbij K aanwezig was, de met haar gevoerde correspondentie en de (concept-)akten waar zij bij betrokken was.
Mede gelet op de wijze waarop N zonder meer heeft geweigerd het verzoek in te willigen, terwijl K in een situatie terecht was gekomen waarin zij werd geconfronteerd met zeer grote financiële gevolgen, acht de kamer de maatregel van waarschuwing passend en geboden.
De notariskamer legt de maatregel waarschuwing op.
Opmerking
Merkwaardig dat de notaris zelfs geen stukken stuurde waarbij K partij was, maar het ontbreken van aantekeningen of brieven over de advisering van de huwelijkse voorwaarden is onbegrijpelijk.