Notaris waarschuwt onvoldoende voor risico’s zuivere aanvaarding
Vader is overleden in 1998 met achterlating van zijn echtgenote en vier kinderen. In 2000 passeert een ambtsvoorganger van notaris N een ‘akte van boedelbekrachtiging’, waarbij de vorderingen van de kinderen uit ouderlijke boedelverdeling worden vastgelegd op een bedrag van (omgerekend) 24.000 euro. Eind juli 2015 overlijdt moeder. Zij heeft een week daarvoor een testament gemaakt waarbij twee kinderen, klagers K, tot erfgenamen en executeur worden benoemd en de twee andere kinderen een legaat ter grootte van hun legitieme krijgen. De vorderingen bedragen dan inclusief rente 44.000 euro per kind.
Na de bespreking met K stuurt N een brief met onder meer de volgende tekst: ‘Van u heb ik begrepen dat er geen grote schulden zijn. De nalatenschap lijkt dus een positief saldo te hebben (dit is door mij niet gecontroleerd)’, waarbij onder meer een verklaring van zuivere aanvaarding met informatie is gevoegd. De erfgenamen tekenen deze zuivere aanvaarding. Eind december 2015 verstuurt N de aangifte erfbelasting aan K. Deze vermeldt een negatief saldo van 47.000 euro. Een dag voor kerst stuurt N een brief aan alle kinderen, waarin zij verklaart dat de nalatenschap afgezien van de vorderingen 132.000 euro positief is, waarvan 109.000 euro verdeeld kan worden. N schrijft: ‘De vorderingen van de vier kinderen (…) bedraagt 24.000 euro per kind, terwijl hierover ook nog onbelast rente vergoed mag worden. Alle kinderen krijgen in dat geval de volledige erfenis van de vader uitbetaald.’
Begin 2016 stuurt N namens de legatarissen een brief aan K waarin zij hun vorderingen van 44.000 euro bij K indient en erop wijst dat klagers K persoonlijk aansprakelijk zijn voor het geval de nalatenschap negatief is. Kort daarna mailt zij K met het verzoek om een voorstel aan de legatarissen te doen.
De klacht
Klagers stellen N aansprakelijk voor hun schade en verwijten N dat zij onjuist heeft voorgelicht en geadviseerd bij het tot stand komen van het testament, de aanvaarding van de nalatenschap en haar rol bij de afwikkeling daarvan.
Het oordeel
N is niet betrokken geweest bij de totstandkoming van het testament. Hoewel de kamer niet uitsluit dat onder omstandigheden de notaris ook verantwoordelijk kan worden gehouden voor het handelen van een (voor hem waarnemende) kandidaat-notaris, is de kandidaat zelfstandig tuchtrechtelijk aansprakelijk en had het in dit geval meer voor de hand gelegen om deze klacht bij de kandidaat neer te leggen. Inhoudelijk oordeelt de kamer dat bij het opmaken van een testament niet vereist is dat de (kandidaat-)notaris tot in detail op de hoogte is van de actuele vermogenspositie van de testateur, zeker niet als deze niet lang meer te leven heeft. Daarnaast kunnen er andere, niet-financiële motieven zijn voor het opmaken van een testament, zoals de benoeming van een executeur.
Wat betreft de zuivere aanvaarding heeft N gespreksnotities gemaakt waaruit blijkt dat de kinderen niet op de hoogte waren van de vaderlijke erfdelen en al helemaal geen idee hadden over de omvang, en dat zij dachten dat dit niet veel kon zijn. Het had op de weg van N gelegen om klagers K indringender te informeren over de risico’s van zuivere aanvaarding en hen aan te sporen eerst nader onderzoek te doen naar de omvang van de vorderingen. Deze klacht is gegrond.
De rol van N was volgens haar verklaring van meet af aan duidelijk: zij werd aangesteld als boedelnotaris. Dit betekent dat zij de belangen van alle betrokkenen voor ogen dient te houden. Om de schijn van partijdigheid te vermijden, dient de notaris de executeur en de overige betrokkenen goed te informeren. Het lag daarom in de rede dat N de vorderingen van de legatarissen bij K als executeur indiende, en dat zij K als erfgenamen adviseerde met een voorstel te komen. Hierin heeft N niet onjuist gehandeld.
De notariskamer legt de maatregel waarschuwing op.
Opmerking
De kamer gaat niet in op het feit dat de informatie over de vaderlijke erfdelen op het kantoor van N aanwezig was, nota bene vastgelegd in een notariële akte. Had dit feit ook niet mogen meespelen bij het oordeel over de totstandkoming van moeders testament? Cliënten hechten juist aan hun eigen notaris(kantoor) omdat die op de hoogte is van hun notariële wel en wee. Moet het niet een standaard gebruik zijn dat de behandelaar het kaartsysteem raadpleegt en de relevante informatie toevoegt aan het nieuwe dossier?