Notarissen nemen negatieve bewaringspositie niet serieus

Leestijd: min

Opslaan

Deel deze informatie

Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden 8 maart 2017

Het BFT heeft als toezichthouder een onderzoek ingesteld naar de financiële positie van twee notarissen. Op 10 februari 2015 heeft het BFT aan hen een eindrapport uitgebracht, waarop een pretuchtrechtelijk gesprek volgde. Daarin heeft het BFT aan de notarissen meegedeeld dat zij niet voldeden aan de eis van een positieve liquiditeit en een positieve solvabiliteit.
De notarissen hebben aangegeven aan een herstelplan te werken.
In april en mei 2015 ontving het BFT informatie over het herstelplan en deelde het BFT aan de notarissen mee dat er documentatie miste. Tevens heeft het BFT de notarissen in overweging gegeven de hoogte van de managementfees aan te passen en heeft het de notarissen erop gewezen dat het verzoek om (proactief, volledig en tijdig) informatie te verstrekken nog onverminderd geldt.
In juni 2015 bericht het BFT dat sinds 1 mei 2015 van hen geen nadere informatie is ontvangen over een herstelplan en dat onverminderd sprake is van een negatieve liquiditeitspositie. Eind juli 2015 blijkt uit de kwartaalcijfers dat de liquiditeitspositie op 30 september 2014 (negatief) 102.000 euro bedroeg en op 30 juni 2015 (negatief) 152.986 euro. Daarnaast bleek per 30 juni 2015 een bedrijfsresultaat van (negatief) 132.638 euro. Per die datum was er voor de notarissen geen kredietruimte meer bij de bank.

De klacht

De continuïteit van de praktijk van de notarissen is in gevaar. De liquiditeit en de solvabiliteit zijn negatief. Er is geen uitzicht op spoedige verbetering. Een faillissement is niet denkbeeldig. Het door de notarissen voorgestelde plan van aanpak en de voorgestelde verbetering hebben nog geen voldoende effect bewerkstelligd. De notarissen voldoen niet dan wel moeizaam en in ieder geval onvolledig aan een verzoek van het BFT om informatie te verstrekken. <p.,b>Het verweer
Er is gestart met het herstelplan. Een onderdeel daarvan was het vervroegd terugtreden van een notaris in 2015. Door de invoering van het nieuwe arbeidsrecht per 1 juli 2015 is enige vertraging ontstaan in de afhandeling van personeelsreducties. Gekozen is voor handhaving van de managementfees, waarbij een deel wordt bestemd voor aflossingen.
De omzet van het kantoor had te lijden van prijsconcurrentie. De prijzen voor standaardmatige werkzaamheden zijn inmiddels verlaagd, waardoor meer koopakten en hypotheekopdrachten binnenkomen. Verder is begonnen met een avondspreekuur en het mogelijk maken van besprekingen via Skype en Facetime. De kostenreductie bestond onder andere uit ontslag van vijf werknemers, een salarisreductie van 15 procent per maand voor de resterende werknemers vanaf september 2015 en halvering van de managementfees voor de maand september 2015.

Het oordeel

Vaststaat dat de notarissen een oplopende negatieve liquiditeitspositie hebben laten ontstaan. Het had op de weg van de notarissen gelegen om onverwijld stringente maatregelen te treffen. Dit hebben zij niet, althans onvoldoende gedaan. Zij hebben het tekort zelfs aanzienlijk laten oplopen. Hun kwalijk te nemen handelwijze wordt nog versterkt, doordat zij ontoereikend gevolg hebben gegeven aan de aanwijzingen en suggesties van het BFT. De notarissen hebben blijk gegeven van een onvoldoende besef van de ernst van de financiële situatie en hebben niet volledig en tijdig aan het verzoek tot het verstrekken van informatie voldaan en daarmee het BFT belemmerd in zijn toezichthoudende taak.
De ernst van de financiële situatie en de aanvankelijke attitude van de notarissen zijn in beginsel een goede grond om de maatregel van ontzetting uit het ambt op te leggen. De kamer is evenwel gebleken dat de notarissen in de loop van de behandeling van de klacht doordrongen zijn geraakt van hun financiële noodsituatie en serieus vereiste maatregelen zijn gaan nemen om uit de negatieve spiraal te geraken.

De notariskamer legt de maatregel schorsing voor twee maanden op.

Opmerking

Niet alleen hebben de notarissen het faillissement van hun kantoor geriskeerd, ook lijken zij de financiële risico’s van hun ondernemerschap voornamelijk op het personeel af te wentelen in plaats van deze grotendeels voor hun eigen rekening als ondernemer te dragen.