Toch voldoende zorgvuldigheid aangaande Belehrung en wilsbekwaamheid: van twee weken schorsing naar ongegrondverklaring
Klaagster 1 is weduwe van E, die overleed in april 2014. Uit dit huwelijk is een tweeling geboren. Klaagster 2 en haar broer B zijn geboren uit een eerder huwelijk van K1. Klaagsters voeren in juni 2015 met kandidaat- notaris KN een gesprek over het verlenen van een algehele notariële volmacht door K1 aan K2, waarbij ter sprake komt dat K1 kampte met vasculaire dementie en dat de verhoudingen tussen K2 en de overige familieleden verstoord zijn.
In de medische verklaring van een zorg- instelling staat onder meer:
‘Concluderend Imponeert patiënte moment nog adequaat genoeg om notariële beslissingen te nemen. Patiënte is geadviseerd spoedig haar zaken vast te leggen bij de notaris, nu dit nog mogelijk is.’
Op 17 juli 2015 passeert KN het levenstestament van K1. Op 27 juli komt K1 met B opnieuw op het notariskantoor en trekt zij de volmacht in.
Op 31 juli belt K2 met het kantoor van KN met de vraag of K1 de volmacht heeft ingetrokken. Een collega van KN bevestigt dit. Begin augustus verzoekt K2 of er andermaal door K1 een volmacht kan worden opgesteld. KN laat weten daartoe niet bereid te zijn.
Op 15 augustus verschijnt K1 tezamen met een of meer van haar kinderen opnieuw op het notariskantoor en verzoekt zij KN haar handtekening onder een document in de Franse taal, een volmacht tot het verwerpen van de nalatenschap van E, te legaliseren. Dit doet KN diezelfde dag. Op 3 september komen K1 en K2 met de vraag of de verwerping van de nalatenschap teniet kon worden gedaan. KN zegt zich de legalisatie niet te kunnen herinneren en verwijst K1 naar de Franse notaris.
Bij e-mailbericht van 27 september bericht K2 aan KN onder meer:
‘De geriater van mijn moeder (...) stelde dat u de aangewezen persoon bent om een brief op te stellen t.b.v. de notaris in Frankrijk, (…), waarin u verklaart dat op grond van uw bevindingen K1 niet meer in staat kan worden geacht haar wil te richten/ bepalen inzake notariële aangelegenheden/ handelingen en dat u op grond hiervan geen zaken meer met haar doet. (...).’
Op 2 oktober antwoordt KN dat hij meer tijd nodig had om de zaak te bekijken en dat hij haar nog zal antwoorden. KN reageert verder niet meer op rappels.
De kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden beslist op 15 april 2016 (ECLI:NL:TNORARL:2016:9) dat de klacht van K2 ongegrond is en dat de klacht van K1 gegrond is, en legt de maatregel van schorsing als waarnemer in de uitoefening van het ambt voor de duur van twee weken op.
De klacht
KN heeft bij de intrekking van de volmacht en de legalisatie de belangen van K1 onvoldoende behartigd en op een niet respectvolle wijze gecommuniceerd. Door zijn onzorgvuldig handelen heeft hij K2 financieel benadeeld, aangezien de hoogte van het bedrag dat zij te zijner tijd uit de nalatenschap van K zal ontvangen aanzienlijk is verminderd.
KN had K2 op de hoogte moeten stellen van de intrekking van de volmacht. K1 heeft zonder dat het document was voorgelezen en zonder enige verdere toelichting door KN haar handtekening gezet. K1 wist niet dat zij door het plaatsen van die handtekening afstand zou doen van de nalatenschap van haar overleden echtgenoot.
Het verweer
De notarisklerk heeft onder vier ogen een gesprek gevoerd met K1 over intrekking van de volmacht en heeft haar geïnformeerd en gevraagd of de intrekking daadwerkelijk haar wil was. K1 heeft die vraag bevestigend beantwoord. Zij wenste al haar kinderen gelijk te behandelen en niet aan een kind een volmacht te geven. De notarisklerk heeft K1 erop gewezen dat zij K2 zelf in kennis diende te stellen van de herroeping.
Ter zake van de legalisatie van de handtekening van K1 heeft zij de vragen of zij het Franse document kon lezen, of zij begreep wat erin stond en wat de verdere gevolgen waren, bevestigend beantwoord.
Ten aanzien van de communicatie erkent KN dat hij inderdaad nader op de e-mails van K2 had moeten reageren.
Het oordeel
KN heeft wat betreft de intrekking van de volmacht genoegzaam aannemelijk gemaakt dat hij en de medewerkers van het kantoor de nodige zorgvuldigheid in acht hebben genomen en dat hij van de wilsbekwaamheid en de wil van K1 overtuigd kon en mocht zijn. KN was niet gehouden om K2 op de hoogte te stellen van de intrekking van de volmacht. Dit was aan K1 zelf.
Legalisatie van een handtekening houdt in dat de notaris op het aangeboden stuk de echtheid van de gestelde handtekening bevestigt. De legaliserende notaris zal zijn dienst moeten weigeren indien iemand wilsonbekwaam is of als het gaat om handelingen die naar zijn redelijke overtuiging of vermoeden in strijd met het recht of de openbare orde zijn.
Naar het oordeel van het hof heeft KN zorgvuldig gehandeld. Zo heeft hij K1 meegenomen naar een rustige plek op kantoor en haar vervolgens duidelijke vragen gesteld over het te legaliseren stuk. Hij heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij voldoende aandacht heeft besteed aan haar wilsbekwaamheid. Meer behoefde niet van KN te worden verwacht. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Wat betreft de communicatie heeft KN erkend dat hij had moeten reageren op de e-mails. Dit is echter niet zodanig verwijtbaar dat het tot gegrondheid van dit klachtonderdeel dient te leiden.
Het Hof verklaart de klacht ongegrond.
Opmerking
Deze uitspraak wijkt aanzienlijk af van het oordeel en de zware maatregel van de kamer. De kamer overwoog dat K1 binnen een korte termijn vijfmaal bij KN kwam, dat zij bijna 88 jaar was en leed aan de ziekte van Alzheimer en aan vasculaire dementie. Het intrekken van de volmacht, het verwerpen van de nalatenschap van haar man en het feit dat KN zich de legalisatie niet meer kon herinneren, bracht de kamer tot het oordeel dat hij de belangen van K1 heeft geschaad.