U vraagt, wij draaien: 1 euro-transactie zonder onderzoek

Leestijd: min

Opslaan

Deel deze informatie

Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden 18 oktober 2017

Op 20 mei 2015 passeert notaris N twee akten overdracht van aandelen in het kapitaal van A BV c.q. K BV aan Stichting S, beide voor een bedrag van 1 euro. De opdrachten zijn op 18 mei 2015 bij N binnengekomen.

De klacht

Het Bureau Financieel Toezicht (BFT) dient een klacht in. Het BFT wijst op de bijzondere koopsommen ter hoogte van 1 euro, terwijl het eigen vermogen van A BV ultimo 2010 nog 33.480 euro bedroeg en dat van K BV ultimo 2013 nog 166.860 euro bedroeg. Bovendien ontbraken bij beide overdrachten (gedeponeerde) recentere jaarstukken. N heeft het bepaalde in artikel 8 lid 1 Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) overtreden door geen verscherpt cliëntenonderzoek in te stellen. N had de transacties als ongebruikelijk moeten melden. Door dit na te laten, dan wel door na te laten de afwegingen vast te leggen waarom niet tot melding is overgegaan, heeft N artikel 16 lid 1 Wwft overtreden.
N heeft ook de onderzoeksplicht van artikel 17 Wna geschonden. Hij had zich ervan moeten vergewissen dat de vertegenwoordiger bevoegd is om de in de akte genoemde partij te vertegenwoordigen. De koopsom en het eigen vermogen van beide BV’s hadden moeten leiden tot nader onderzoek. Daarnaast is niet onderzocht of het de bedoeling van verkoper was om al zijn aandelen te verkopen. Ook is de volmacht onvoldoende onderzocht, is er geen documentatie ten aanzien van de volmacht in het dossier opgenomen, ontbreekt correspondentie over het al dan niet instemmen met de conceptakte en heeft N geen correspondentie die afkomstig was van kopers in het dossier opgenomen.
N heeft zich in de positie gebracht dat hij geen goede afweging kon maken om te beoordelen of hij zijn diensten moest verlenen of moest weigeren en heeft voorts niet voldaan aan de Belehrungspflicht.

Het verweer

N weerspreekt de klachten niet en licht toe dat de bevindingen van het BFT aanleiding hebben gegeven de behandeling van soortgelijke zaken ingrijpend te wijzigen, mede in verband met de tijdens de peer reviews gemaakte opmerkingen.

Het oordeel

De kamer onderschrijft de verwijten van het BFT volledig. De toelichting van N dat verkoper hem bekend was, brengt daar geen wijziging in. Daarnaast heeft het BFT terecht gewezen op de poortwachtersrol die de notaris heeft. De hoogte van de koopsom alleen al had moeten leiden tot een volstrekt andere houding en werkwijze. N heeft weliswaar inmiddels afstand genomen van de destijds gevolgde werkwijze, maar dat neemt niet weg dat de werkwijze bijzonder verwijtbaar is. Er was op geen enkele wijze sprake van de zorg die cliënten en derden van een notaris mochten verwachten.
Deze nalatigheid raakt de kern van het notariaat. De kamer betrekt bij de beoordeling tevens dat de notaris heeft erkend dat hij in 2013 in een peer review reeds is gewezen op het feit dat hij meer aandacht diende te besteden aan, kort gezegd, de waardering van koopsommen en aandelentransacties. Dat heeft kennelijk niet, dan wel onvoldoende, geleid tot het nemen van maatregelen.

De notariskamer legt de maatregel schorsing voor twee weken op.

Lees de hele uitspraak