Werkzaamheden als bewindvoerder vallen onder notariële tuchtnorm
In 1996 hebben klaagster K en haar partner P een samenlevingsovereenkomst gesloten. Eind 1997 krijgt P een verkeersongeval en loopt zwaar hersenletsel op, waarna hij in een verpleeghuis terechtkomt. In 2002 is een bewindvoerder benoemd over het vermogen van P.
K verzoekt op enig moment de bewindvoerder te ontslaan en haar als zodanig te benoemen. De rechtbank wijst het verzoek af en het gerechtshof benoemt in 2010 een opvolgend beschermingsbewindvoerder. K dient in 2013 een verzoek in tot ontslag van de bewindvoerder, hetgeen wordt afgewezen. Bij beslissing in 2014 benoemt het gerechtshof notaris N tot eerste bewindvoerder, zelfstandig bevoegd, en benoemt K tot tweede bewindvoerder, met de bepaling dat zij slechts tezamen met N bevoegd is de vermogensrechtelijke belangen van P te behartigen.
De klacht
K stelt dat zij en P elkaar in de notariële samenlevingsovereenkomst over en weer volmacht hebben verleend voor het verrichten van zaken met betrekking tot de gewone gang van de huishouding en dat zij als zodanig tekenings- en handelingsbevoegd is. N negeert haar rechten. Zij en P zijn fiscale partners en dat valt onder het voeren van een gemeenschappelijke huishouding.
Naar derden presenteert N zich als notaris waardoor zij de indruk wekt aan instanties dat er een overeenkomst bestaat tussen N en P. Dat is misleiding.
N geeft verder eenzijdig en onbevoegd instructies aan het accountantskantoor over de verdeling van de inkomsten en aftrekposten met betrekking tot de aangifte inkomstenbelasting. K en P moeten hierdoor meer inkomstenbelasting betalen.
Het verweer
Als eerste bewindvoerder mag N het accountantskantoor verzoeken om haar inlichtingen te verschaffen omtrent de totstandkoming van de ingediende aangifte inkomstenbelasting en vragen om een berekening waaruit blijkt wat de fiscale gevolgen voor rechthebbenden zouden zijn geweest indien de aftrekposten op een andere wijze waren verdeeld. K heeft daar niets over te zeggen.
Bij aanvang van de bewindvoering heeft N van de vorige bewindvoerder een overzicht ontvangen met openstaande geschilpunten. Sindsdien is N in gesprek met K om tot een oplossing van de geschilpunten te komen. K blijft maar wijzen naar de samenlevingsovereenkomst en haar uitleg ervan die ertoe zou leiden dat:
- zij het door haar beheerde arbeidsongeschiktheidspensioen van P niet hoeft terug te geven dan wel niet hoeft te verantwoorden hoe zij het aan het vermogen van P onttrokken bedrag van 18.000 euro ten behoeve van hem heeft besteed;
- de belastingaangifte op een dusdanige manier wordt ingericht dat P niet hoeft terug te betalen en K belastinggeld terugkrijgt zonder dat vervolgens in onderling overleg een verrekening plaatsvindt;
- P meebetaalt aan de vaste lasten met betrekking tot de woning, maar K niet bijdraagt aan de huisvestingskosten van P. Wat betreft de klacht dat N ook notaris is, stelt N dat de werkzaamheden als bewindvoerder vallen onder het werk van een notaris.
Het oordeel
N treedt in de kwesties met betrekking tot het vermogen van P op in een andere hoedanigheid dan die van notaris, namelijk die van (beschermings)bewindvoerder. Bij dit optreden blijft voor haar het notariële tuchtrecht gelden, met dien verstande dat van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen of nalaten eerst kan worden gesproken indien zij zich bij het vervullen van de functie van beschermingsbewindvoerder zodanig gedraagt dat daardoor het vertrouwen in het notariaat wordt geschaad.
Dat zij op briefpapier van haar kantoor brieven stuurt, maakt dat niet anders. N is door het gerechtshof benoemd, met daarbij ook de vermelding ‘notaris’. Die term is wellicht gebruikt om kennis of attitude van de nieuwe bewindvoerder te benadrukken, maar het maakt geen andere tuchtnorm van toepassing.
De verwijten van K zien alle op hetgeen zij als beschermingsbewindvoerder doet. Het toezicht op beschermingsbewindvoerders is echter niet bij de kamer voor het notariaat belegd. Ook in dat toezicht is derhalve geen grond te vinden voor een andere toe te passen norm.
Hoe het handelen als bewindvoerder ook zou moeten worden beoordeeld, de verweten gedragingen kunnen geen van alle het oordeel dragen dat N het vertrouwen in het notariaat heeft geschaad of anderszins heeft gehandeld op een wijze die een behoorlijk notaris niet betaamt.
De notariskamer verklaart de klacht ongegrond.
Opmerking
De notaris valt ook in de uitoefening van zijn werkzaamheden als bewindvoerder, curator, mediator en dergelijke onder de notariële tuchtnorm.