Levering aandelen voor 1 euro en cliënt betrokken bij valse bankverklaring: gaan er nog geen bellen rinkelen? Gegrond met oplegging van een maatregel.
Notaris N krijgt in 2014 een klacht over een valse bankverklaring. De klacht wordt op 5 april 2016 door het Hof Amsterdam gegrond verklaard met oplegging van een berisping (ECLI:NL:TNORARL:2015:23). Bij deze zaak waren de hierna te noemen broers A betrokken.
Het Bureau Financieel Toezicht (BFT) vraagt meerdere dossiers van N op en onderzoekt drie aandelentransacties die plaatsvonden in januari en februari 2015.
De eerste transactie betreft de verkoop en levering van de aandelen in D BV door de broers A aan N BV voor 1 euro. De heer B is bestuurder van D BV en N BV.
De tweede transactie betreft de verkoop en levering van de aandelen in P BV aan N BV voor 1 euro en overname van de rekening courantschuld van 18.000 euro van de directie aan de BV. In de volmacht stond als koper vermeld: de broers A en de heer B.
De derde transactie betreft de verkoop/ certificering van de aandelen van D BV aan een door een van de broers A opgerichte stichting, voor 1 euro.
De klacht
Het BFT verwijt N dat hij heeft gehandeld in strijd met de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) met betrekking tot het verscherpte cliëntenonderzoek en schending van de meldingsplicht, en dat hij heeft gehandeld in strijd met de Notariswet waar het betreft de onderzoeksplicht en de weigeringsplicht.
Het oordeel
N heeft erkend dat hij geen noodzaak heeft gezien voor nader onderzoek naar de broers A, ondanks het feit dat hij sinds september 2014 bekend was met de (klacht over de) valse bankverklaring waarbij de broers A betrokken waren. N had derhalve reden om een verscherpt cliëntenonderzoek in te stellen. Voor de tweede transactie geldt dit des te meer gezien de overnameprijs.
Gezien de bekendheid van N met de achtergrond van de broers A en de symbolische koopsom, had N in alle dossiers een melding van een ongebruikelijke transactie moeten doen, of ten minste de afwegingen moeten vastleggen waarom hij geen melding heeft gedaan. N had voorts onderzoek moeten doen naar de totstandkoming van de koopsom van de aandelen. N heeft hierdoor geen goede voorlichting aan (een van) betrokken partijen kunnen geven.
Inzake de tweede transactie kan N geen verklaring geven voor het feit dat de kopers in de volmacht niet de uiteindelijke verkrijgers van de aandelen bleken te zijn. N kan daarover geen communicatie overleggen. Omdat mogelijk de wil en de verklaring van P in de leveringsakte niet overeenstemmen, riskeerde N een vernietigbare akte te passeren.
Een notaris is reeds bij gerede twijfel aan de goede bedoelingen van de cliënt verplicht zijn diensten te weigeren, althans hij moet zich eerst door nader onderzoek overtuigen van het geoorloofde karakter ervan.
De notariskamer legt de maatregel schorsing voor drie maanden op.
Opmerking
In verband met een strafrechtelijke procedure was N al geschorst.