Neef bestelt testament voor oom: notaris is ziende blind en horende doof
De heer T (testateur) komt uit een gezin van zeven kinderen, waaronder klaagster K. Neef Z benadert eind maart 2016 notaris N en geeft aan dat zijn oom T een testament wil opstellen. Omdat T moeizaam naar kantoor kan komen, gaat N op 1 april naar T met een concept-minuutakte van het testament. Tijdens de bespreking blijken de wensen van T af te wijken. Deze wijzigingen noteert N. Ook wordt een levenstestament besproken.
N maakt de stukken op en na een tweede bespreking passeert N het testament en het levenstestament aansluitend. T betaalt de factuur van N contant. In mei 2017 komt N met een kandidaat-notaris naar T om de inhoud van de stukken nogmaals te bespreken.
De klacht
N heeft de indicatoren voor het gebruik van het ‘Stappenplan beoordeling wilsbekwaamheid’ niet gesignaleerd en daardoor geen passende maatregelen genomen.
De indicatoren waren:
- T heeft niet zelf contact opgenomen;
- T wist niet dat N langs zou komen;
- N heeft T niet onder vier ogen gesproken en had ‘de papieren’ al bij zich;
- de tijdspanne tussen het gesprek en het passeren van de akte was zeer kort, zonder enige medische noodzaak.
Het verweer
N stelt dat K niet-ontvankelijk is omdat T nog niet is overleden en dus (nog) geen belanghebbende is. Tevens stelt N dat K geen belang heeft om zich tegen het levenstestament te verzetten, omdat het levenstestament als zodanig geen rechtsgevolgen met zich meebrengt die van invloed kunnen zijn op de toekomstige erfdelen.
Het oordeel
De kamer oordeelt dat K ontvankelijk is in haar klacht. Zij heeft er als mogelijke erfgename belang bij dat T zijn (levens)- testament niet meer kan wijzigen als hij niet meer wilsbekwaam is. Bovendien is haar belang gelegen in het tijdig indienen van een klacht, in verband met de verjaringstermijn.
De kamer overweegt dat er voldoende aanleiding was om het stappenplan te volgen.
Een neef heeft contact opgenomen voor het testament van T.
N beschrijft T als een zonderling die in een onbewoonbaar verklaarde woning woont. N wist dat T deels door zijn zussen verzorgd werd. N neemt zonder bespreking met T een concept mee, gemaakt op basis van de informatie van Z. N heeft T niet onder vier ogen gesproken.
Dat T zelf aangaf snel te willen passeren, ontsloeg N niet van zijn zorgplicht. Er was geen medische noodzaak om met spoed te handelen. De kamer verwijt N dat hij noch voor de bespreking, noch voor het passeren een concept aan T heeft gezonden. De kamer oordeelt dat onvoldoende is komen vast te staan dat N de wilsbekwaamheid van T zorgvuldig heeft beoordeeld.
Evenmin heeft N gewaarborgd dat T zijn wil op onafhankelijke wijze heeft kunnen overbrengen.
Wat betreft de maatregel neemt de kamer in overweging dat N geen blijk heeft gegeven de klachtwaardigheid van zijn handelen in te zien.
De notariskamer legt de maatregel schorsing voor de duur van twee weken op.