Notaris doet geen onderzoek bij wegsluizen aandelen voor echtscheiding
Notaris N passeert begin februari 2017 een akte waarbij de heer E, toen nog in gemeenschap van goederen gehuwd met klaagster K, certificaten van aandelen en één aandeel in een bv levert aan zijn vader voor 340.000 euro. De koopsom wordt voldaan door verrekening van een schuld van E aan zijn vader van 153.820 euro, door overname van een schuld van E aan de bv van 131.090 euro en voor het resterende deel van 55.090 door omzetting in een geldlening. Deze geldlening is pas opeisbaar als de ter zake van deze transactie te heffen inkomstenbelasting betaald moet worden.
Een maand later dient K een verzoek tot echtscheiding in.
De klacht
N heeft de akte gepasseerd zonder een begin van bewijs voor de vermelde schulden. De verrekening met niet bestaande schulden heeft geleid tot ernstige benadeling van de huwelijksgoederengemeenschap.
Het verweer
N heeft na inzage in de aangiften Inkomstenbelasting 2016 van E en aangiften Inkomstenbelasting 2015 en 2016 van vader, alsmede uit een overlegde leningsovereenkomst tussen E en vader met onderliggende bankafschriften, afgeleid dat de verrekende schulden bestaan.
Repliek klager
Ter zitting verklaart K dat de genoemde stukken pas na het passeren van de akte zorgvuldigzijn opgesteld. Ook zou de aangifte Inkomstenbelasting 2016 zonder haar medewerking zijn ingediend en betwist zij de opgenomen bedragen.
Het oordeel
De kamer stelt voorop dat het tot de zorgplicht van N behoort om enig onderzoek te doen naar de juistheid van de mededeling dat de te verrekenen schulden bestaan, zeker gezien zijn kennis van de aanstaande echtscheiding. N heeft niet aannemelijk kunnen maken dat hij de onderliggende stukken vóór het passeren heeft ingezien dan wel enig onderzoek naar het bestaan van de schulden heeft gedaan. De leningsovereenkomst is van een latere datum dan de passeerdatum van de akte. Dit deel van de klacht is gegrond.
Wat betreft de omzetting van het resterende deel van de koopsom in een geldlening constateert de kamer dat de huwelijksgoederengemeenschap hierdoor in beginsel niet wordt benadeeld, tenzij er een reden zou zijn om aan te nemen dat K dit bedrag niet kan verhalen op de vader van E, waarvan niet is gebleken.
De notariskamer legt de maatregel waarschuwing op.
Opmerking
N komt er genadig van af met een waarschuwing. In een dergelijk geval, waarin vlak voor een echtscheiding een transactie met een familielid plaatsheeft met het kennelijke doel om goederen uit de huwelijksgoederengemeenschap ‘veilig te stellen’ tegen aanspraken van de aanstaande ex-echtgenote, zal op de notaris toch juist de plicht rusten om zich van het bestaan van de schulden niet enigszins, maar volledig te overtuigen. Uit de uitspraak blijkt niet dat ter zitting aan N is gevraagd of hij E heeft ondervraagd naar het doel van de transactie en zich aldus überhaupt bewust is geweest van het integriteitsdilemma dat hier speelde.