Notaris recidiveert wederom: nu twee keer een schorsing op één dag

Leestijd: min

Opslaan

Deel deze informatie

Kamer voor het notariaat Den Bosch 17 september 2018

Vader V en moeder M hebben tussen 2000 en 2014 meerdere schenkingen gedaan aan hun dochter D en hun dochter O, die in 2014 is overleden. O laat haar echtgenoot E als enige erfgenaam achter. Het notariskantoor van N heeft de schenkingen verzorgd en notaris N heeft meerdere akten gepasseerd, waaronder onder meer de wijziging van het testament van V.
Klagers V, M en D schrijven het notariskantoor enkele keren aan dat het kantoor ten onrechte geen tweetrapsmaking heeft opgenomen in de schenkingsakten om het vermogen in de familie (bloedlijn) te houden. Bij het uitblijven van een reactie schakelen zij een rechtsbijstandsverzekeraar in. Die stelt N in juli 2016 aansprakelijk voor de schade en vraagt N binnen veertien dagen te laten weten of hij in gesprek wil gaan om in goed overleg tot een oplossing te komen. Begin december 2016 dienen klagers een klacht in tegen N (SHE/2016/115), inhoudende dat N onzorgvuldig had gehandeld bij het verlijden van diverse akten van schenking, omdat hij op de hoogte was of moest zijn van de wens van de ouders om het door hen aan hun dochters geschonken vermogen ‘binnen de bloedlijn’ te houden. De kamer heeft de klacht gegrond verklaard en de tuchtmaatregel van een waarschuwing opgelegd.
In juli 2017 bericht de advocaat van klagers aan N dat hij het kantoor nogmaals in de gelegenheid stelt om de kwestie in goed onderling overleg af te wikkelen. De advocaat vraagt voorts om een bericht van de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar, zodat hij kan beoordelen in hoeverre vroegere maatschapsleden van het kantoor moeten worden aangeschreven en tevens omdat het overleg met het kantoor zeer stroef verloopt.
Eind november heeft N nog steeds niets constructiefs over de verzekeraar laten weten.

De klacht

Terwijl vaststaat dat N tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, weigert N om – met tussenkomst van zijn verzekeraar – inhoudelijk met klagers en hun verzekeraar in gesprek te gaan over een passende oplossing in de vorm van (enige) genoegdoening. Zeker nu N jarenlang als familienotaris werkzaamheden voor klagers heeft verricht, verwijten zij hem dat hij niet tijdig en op eigen initiatief met hen heeft gecommuniceerd.

Het verweer

N stelt dat hij zelf niet meer mócht reageren omdat hij de kwestie bij zijn verzekeraar had ondergebracht.

Het oordeel

Voor de indiening van de eerste tuchtklacht hebben klagers N in juli 2016 aansprakelijk gesteld voor de schade, op dat moment begroot op 696.356,82 euro, waarbij zij uitdrukkelijk te kennen gaven dat zij het geschil niet juridisch op de spits wilden drijven. N heeft bijna twee jaar lang niet inhoudelijk gereageerd en heeft zijn verzekeraar pas na ruim een jaar op de hoogte gesteld van deze aansprakelijkstelling. Ook de kamer zelf heeft na herhaalde verzoeken slechts een zeer summiere reactie van N ontvangen.
Van een behoorlijk handelend notaris mag worden verwacht dat hij, wanneer hij ontdekt dat hij een fout heeft gemaakt, ervoor zorgt dat hij zo spoedig mogelijk alles in het werk stelt om deze fout te herstellen. Indien herstel niet mogelijk blijkt, moet hij zorgen voor een passende vergoeding van de schade die een benadeelde (cliënt) als gevolg van zijn handelwijze heeft geleden en nog zal lijden. Dit geldt eens te meer als de tuchtrechter heeft geoordeeld dat een notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
Naar het oordeel van de kamer is overduidelijk dat N niet aan deze maatstaf heeft voldaan.
Al staat het een notaris niet vrij om zonder toestemming van zijn verzekeraar aansprakelijkheid te erkennen, dat neemt niet weg dat N (zo nodig na overleg met zijn verzekeraar) wel degelijk tijdig op de verzoeken van klagers had kunnen reageren. N heeft klagers aan een groot financieel risico blootgesteld omdat te late melding kan lijden tot verlies van dekking. Bij de beoordeling van de vraag welke maatregel in de gegeven omstandigheden passend en geboden is, neemt de kamer mede in aanmerking dat N de ernst van zijn (gebrek aan) handelen niet voldoende serieus lijkt te nemen. Ook bij de behandeling van deze klacht heeft de kamer moeten constateren dat N niet heeft gereageerd op de brief van de kamer om op de klacht te antwoorden, dat hij evenmin heeft gereageerd op de herinneringsbrief, en dat pas ná het verstrijken van de gestelde termijn alsnog een (inhoudsloos) ‘verweerschrift’ werd ontvangen. De kamer vindt dit ernstig laakbaar, zeker nu de tuchtrechter al enkele malen eerder een tuchtmaatregel (tweemaal een waarschuwing en tweemaal een berisping) aan N heeft opgelegd. De kamer is van oordeel dat het opleggen van een zwaardere maatregel passend en geboden is.

De notariskamer legt de maatregel schorsing voor twee weken op.

Opmerking

Op dezelfde dag heeft dezelfde kamer een beslissing genomen over een klacht tegen dezelfde notaris, die gegrond verklaard werd en waarvoor N een schorsing van een week kreeg opgelegd (ECLI:NL:TNORSHE:2018:19). Deze zaak handelde over de afwikkeling van een nalatenschap waarin N tekortschoot in zorgvuldigheid, voortvarendheid en communicatie.
Dat N pas na ruim een jaar de verzekeraar op de hoogte stelt, is onbegrijpelijk. Niet alleen kan hij daarmee cliënt benadelen in hun verhaal van de schade, maar ook kan hij het kantoor ernstig benadelen en zelfs aan de afgrond brengen.
In eerdere tuchtzaken tegen N ging het om ernstige zaken, zoals Hof Amsterdam 22 mei 2018 (ECLI:NL:GHAMS:2018:1657) (behandeld in Notariaat Magazine 2018/7 (Notaris maakt en passeert zonder opdracht een testament voor een 97-jarige Alzheimerpatient)), waarin ook de recidive van de notaris aan bod kwam, en Hof Amsterdam 26 juli 2016 ECLI:NL:GHAMS:2016:3082 (behandeld in Notariaat Magazine 2016/7 (Notaris had gerede twijfel moeten hebben en het Stappenplan moeten volgen)). Beide zaken leidden tot een berisping.
De kamers hebben bij alle vorige uitspraken niet geoordeeld dat de maatregel openbaar moest worden gemaakt in het register notariaat, hetgeen bij een dergelijke recidive wel voor de hand ligt. De schorsingen komen uiteraard wel in het register notariaat als deze definitief zijn, zodat cliënten gewaarschuwd zijn (als zij al van het bestaan van het register op de hoogte zijn en de moeite nemen dit te raadplegen). De vraag komt op hoelang deze notaris nog op dezelfde voet kan doorgaan, aangezien een verandering van zijn gedrag niet te verwachten is. Hoeveel cliënten zijn er slachtoffer geworden (lang niet elke cliënt neemt de stap naar de tuchtrechter) en hoeveel cliënten zullen nog slachtoffer worden van zijn handelswijze?

Lees de hele uitspraak