Taxatie inboedel behelst ook de inhoud van kasten en lades.
Erflaatster E heeft bij testament haar drie dochters tot erfgenamen benoemd. Haar echtgenoot M is gerechtigd tot de helft van de ontbonden huwelijksgemeenschap. M wil niet meewerken aan het opmaken van een boedelstaat en de verdeling van de erfenis en heeft vergeefs geprocedeerd over het testament.
Klaagsters K (twee dochters) menen dat de houding en de werkwijze van N en zijn medewerker benedenmaats is. Daarom heeft K in januari 2017 aangifte gedaan bij de politie van poging tot oplichting door N.
De klacht
Klaagsters verwijten N dat hij als vereffenaar hun klachten wegwuift, een onnavolgbare koers vaart en de samenwerking laat escaleren. Onder meer stelt K dat zij N erop hebben gewezen dat goederen uit de inboedel ontbraken op de boedelstaat. In reactie hierop zou N hebben gezegd dat hij het niet nodig vond om in lades en kasten te laten kijken. Om die reden is ook de hele zolder overgeslagen. Een eventuele hertaxatie moesten klaagsters maar op eigen kosten laten uitvoeren.
Het oordeel
De kamer is van oordeel dat de taxateur wel degelijk had moeten kijken in kasten, lades en op zolder. Klaagsters hebben zich terecht op het standpunt gesteld dat de meeste mensen waardevolle spullen niet open en bloot op tafel hebben liggen. Dat het niet economisch zou zijn daar wel in te kijken, gelet op het uurtarief, zoals N stelt, volgt de kamer dan ook niet. Door niet in kasten, lades en op zolder te (doen) kijken, heeft de N de mogelijkheid gecreëerd dat goederen aan de boedel onttrokken konden worden. N had slagvaardiger kunnen en moeten optreden en ook veel meer van de mogelijkheden gebruik moeten maken die de wet hem biedt. N zou zo nodig een aanwijzing ex artikel 4:210 Burgerlijk Wetboek aan de kantonrechter hebben kunnen vragen. Door dat niet te doen en sterker nog zaken op zijn beloop te laten, heeft N zich in dit opzicht onvoldoende van zijn taak als vereffenaar gekweten. De notariskamer legt de maatregel waarschuwing op