Belehrung in aantekeningen vastleggen is onvoldoende
Kandidaat-notaris KN krijgt per mail opdracht tot het vestigen van een hypotheekrecht voor een geldlening van 35.000 euro van klager K aan zijn vriend V, te passeren liefst een dag later. KN neemt contact op met K en meldt dat hij niet de volgende dag kan passeren, maar vast gegevens zal verzamelen. Na enkele dagen blijkt het onderpand van K een onverdeeld aandeel in de woning te zijn, waarvan zijn moeder het vruchtgebruik heeft. De deelgenoten hebben ruzie met elkaar en volgens de vruchtgebruikbepalingen is het verboden om de bloot eigendom met hypotheek te belasten.
KN meldt dit aan K en legt onder meer in zijn aantekeningen vast:
‘Besproken dat alleen de geldlening zelf zal worden vastgelegd. ! Uitdrukkelijk erop gewezen dat er dan geen zekerheid verbonden is zoals bij hypotheek.
Naar mijn idee begreep K dat.’
KN maakt een geldleningsovereenkomst op waarin onder meer is vermeld:
‘Indien en zodra schuldenaar zijn aandeel in de bloot-eigendom van de woning (…) vervreemdt is hij verplicht zijn aandeel in de verkoopopbrengst aan te wenden voor aflossing van de onderhavige lening.’
(hierna ook: de bewuste clausule).
KN mailt deze aan K, die de ondertekening en betaling zelf met V afhandelt.
Ruim een halfjaar later ontvangt V geld van zijn moeder vanwege toedeling van zijn aandeel in de woning aan moeder. V gaat echter niet over tot aflossing van zijn schuld aan K.
De klacht
KN heeft hem niet (voldoende) gewezen op de risico’s die aan een overeenkomst van geldlening zonder hypothecaire zekerheid verbonden zijn en hem niet (voldoende) geïnformeerd over de betekenis en rechtsgevolgen van de bewuste clausule.
Het oordeel
Nu KN, in afwijking van de opdracht, een overeenkomst van geldlening zónder hypothecaire zekerheid heeft opgesteld, had KN K schriftelijk behoren te informeren over de risico’s die voor hem zouden voortvloeien uit het ontbreken van de gevraagde hypothecaire zekerheid en de rechtsgevolgen en risico’s van de bewuste clausule en/of om de mondeling verstrekte informatie nadien schriftelijk aan K te bevestigen. Vaststaat echter dat KN dit niet heeft gedaan. Hierdoor is hij naar het oordeel van de kamer tekortgeschoten in zijn voorlichtings- en informatieplicht.
De kamer acht dit tuchtrechtelijk verwijtbaar, waarbij mede in aanmerking wordt genomen dat het voor risico van de (kandidaat-)notaris dient te komen indien in de correspondentie met de cliënt onvoldoende wordt vastgelegd wat in het kader van de informatieplicht met de cliënt is besproken (Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:288).
De notariskamer legt de maatregel waarschuwing op.