Eigen protocol wilsbekwaamheid vereist naleving

Leestijd: min

Opslaan

Deel deze informatie

Hof Amsterdam 17 september 2019

Eind december 2006 passeert notaris N een schenkingsakte, waarbij zonen klagers K (1 tot en met 4) en hun twee broers B (1 en 2) van hun moeder M ieder een bedrag geschonken krijgen.
Op enig moment is er onenigheid over de zorg voor M, waardoor er twee kampen ontstaan met K enerzijds en B anderzijds. In augustus 2014 brengt B1 zijn moeder (88 jaar oud) naar het notariskantoor voor een bespreking met N en kandidaat-notaris KN over de schenkingsakte uit 2006 en een (eventueel) testament en notariële volmacht voor M.
In het concepttestament benoemt M meerdere (reserve-)executeurs uit beide kampen. Begin september 2014 passeert N de akten bij M thuis, waarbij echter andere (reserve-)- executeurs zijn benoemd, zij het wel uit beide kampen.
In de notariële volmacht verleent M algehele volmacht aan haar zes zonen, in een bepaalde volgorde.
In december 2014 stuurt een medewerkster van N aan M en de zonen een conceptakte van schenking op papier aan de zes zonen voor het besparen van erfbelasting. K1 tot en met 4 krijgen een volmacht toegestuurd. K4 stelt wijzigingen voor aan N en geeft aan dat volgens hem M niet in staat is om de inhoud van de akte te begrijpen en de gevolgen goed te doorzien.
Op 23 december 2014 heeft N een gesprek met M, B2 en K3 over de schenkingsakte en een week later passeert N de akte in aanwezigheid van M, B1 en B2.
Begin 2017 wordt M wegens dementie opgenomen in een verzorgingstehuis.

De klacht

N heeft onzorgvuldig en partijdig gehandeld, met name met betrekking tot het testament en de notariële volmacht.
N heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de wilsbekwaamheid van M en heeft zich (enkel) laten leiden door de wensen van B1 en 2.
Er waren verschillende indicatoren aanwezig die N noopten tot nader onderzoek (inschakelen VIA-arts) en het volgen van het Stappenplan beoordeling wilsbekwaamheid van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB).
De Kamer ’s-Hertogenbosch verklaarde de klacht op 20 november 2017 ongegrond.

Het verweer

Gelet op de hoge leeftijd van M is KN bij het gesprek betrokken. B2 is gevraagd de spreekkamer te verlaten, wat hij heeft gedaan.
M vertelde dat zij nog zelfstandig woonde met behulp van B2, de buurman en een goede kennis. M was helder en vastberaden.
De inhoud van het testament en de volmacht bevatten geen ongebruikelijke bepalingen. Bij cliënt(e)n) op leeftijd werkt N volgens een vast protocol. Zo neemt hij onder meer standaard de ‘Mini-Mental State Examination’ (MMSE-test) af en stelt hij specifieke vragen die betrekking hebben op de persoon. Zo ook in dit geval.
Geen van de antwoorden leverde zodanige twijfel op dat aanleiding bestond voor verder onderzoek aan de hand van het Stappenplan.

Tussenbeslissing

Het hof constateert dat uit de door N overgelegde stukken niet kan worden afgeleid dat de MMSE-test bij M is afgenomen.
Daarom wordt N toegelaten tot het bewijs daartoe en dat M positief op deze test reageerde.
ECLI:NL:GHAMS:2018:3289

Het oordeel

Uit de nadere uiteenzetting van N komt naar voren dat N de MMSE-test niet heeft afgenomen bij M. N heeft slechts een aantal vragen uit die test gesteld, waarna hij is gestopt. Uit het eerder door N overgelegde blanco exemplaar van deze test blijkt dat er punten moeten worden toegekend aan het antwoord op elke gestelde vraag en dat de ondervraagde persoon ook bepaalde (eenvoudige) geestelijke en fysieke oefeningen moet doen, waar eveneens punten aan moeten worden toegekend.
Hoewel het afnemen van een dergelijke test geen vereiste is bij het beoordelen van iemands wilsbekwaamheid, wordt het niet afnemen van deze test in de gegeven omstandigheden N tuchtrechtelijk aangerekend. N heeft immers zelf te kennen gegeven dat het afnemen van een dergelijke test tot zijn vaste protocol behoort in een dergelijk geval. De omstandigheid dat het initiatief tot het maken van de afspraak niet bij M zelf, maar bij enkele zonen lag, M zelf te kennen gaf soms vergeetachtig te zijn en N niet haar vaste huisnotaris was, hadden aanleiding moeten zijn om in ieder geval meer open vragen te stellen zoals omschreven in het Stappenplan.

Het Hof legt de maatregel berisping op.

Opmerking

In dergelijke gevallen waarbij familieleden in kampen zijn verdeeld, is de notaris al snel een schietschijf. Het is zeer raadzaam als kantoor een eigen protocol wilsbekwaamheid te hebben, waarin voor verschillende situaties én voor de specifieke risico’s van het kantoor op maat gesneden regelingen zijn vastgelegd. Het naleven en actueel houden van dit protocol door vastlegging van ‘moresprudentie’ is essentieel.

Lees de hele uitspraak