Ernstige schending Wwft-eisen: slechts een waarschuwing mede vanwege traagheid BFT
Het Bureau Financieel Toezicht (BFT) startte in mei 2016 een onderzoek naar drie aandelenoverdrachten uit 2015, naar aanleiding van signalen van de Belastingdienst. Tijdens het onderzoek zijn nog twee voorgenomen aandelenoverdrachten van betrokken cliënten toegevoegd, die uiteindelijk niet doorgingen. De definitieve rapportage was op 18 januari 2018 gereed.
De klacht
1. N heeft geen verscherpt cliëntenonderzoek gedaan ondanks de volgende indicatoren:
- Levering voor 1 euro respectievelijk zeer lage bedragen in verhouding tot onder andere de waarde van het eigen vermogen;
- Het ontbreken van sluitend begrip omtrent de koopprijs;
- Het ontbreken van (recente) waarderingen aandelenpakket en van door een accountant opgemaakte overnamebalansen;
- Het ontbreken van de reden voor de beoogde transactie(s);
- In één dossier was er sprake van een buitenlandse koper, waarbij de kans groot is dat die de eisen van de Nederlandse samenleving niet (volledig) kent;
- Een koper met een onduidelijke of wisselend (vestigings)adres, zonder dat hiervoor een verklaring aanwezig was;
- Onduidelijke bedrijfsactiviteiten en onduidelijke rol van een tussenpersoon.
2. N had een MOT-melding (melding ongebruikelijke transactie) moeten doen, dan wel de afwegingen moeten vastleggen waarom daartoe niet is overgegaan.
3. N heeft de onderzoeksplicht geschonden en kon daardoor niet tot een juiste afweging komen ten aanzien van haar eventuele weigeringsplicht.
4. N had in afwachting van nader onderzoek (vooralsnog) haar dienst moeten weigeren.
Het verweer
Het heeft ruim twee jaar geduurd voordat het BFT een klacht heeft ingediend. Het BFT wijt dit aan ‘capaciteitsissues en prioritering’. Het is onredelijk en onbillijk dat het BFT na de start van het onderzoek N zo’n lange tijd in het ongewisse heeft gelaten over de afloop. De lage verkoopsommen houden verband met een negatief eigen vermogen. Het is exemplarisch hoe conservatief het BFT kijkt naar het begrip eigen vermogen. De waarde van een onderneming is onderhevig aan zeer veel verschillende factoren. Dat de betrokken onderneming kennelijk in liquidatie verkeerde respectievelijk betrokken is bij webshopfraude, kan haar niet worden aangerekend.
Het oordeel
In de praktijk is het niet ongebruikelijk dat een onderneming met een negatief eigen vermogen voor een gering bedrag wordt overgenomen. Echter, in het dossier bevonden zich geen schriftelijke koopovereenkomst en geen specifieke waardering van het aandelenpakket of een door een accountant opgestelde overnamebalans. Uit wel aanwezige jaarrekeningen blijkt niet door wie ze zijn opgemaakt. N heeft onvoldoende onderzoek verricht om te kunnen vaststellen of de koopsom danwel de waarde van de aandelen juist zou kunnen zijn en ten onrechte geen melding van een ongebruikelijke transactie gedaan.
N heeft verder onvoldoende onderzoek verricht om te kunnen vaststellen wat de reden was dat koper de aandelen kocht, wat de reden was voor de grote koerswijziging qua bedrijfsactiviteiten en of koper enige ervaring had als ondernemer in de detailhandel van elektrische consumentenapparatuur. Doordat de transactie niet aansluit bij het economisch profiel van de onderneming was er een verhoogd risico op witwassen en diende N een verscherpt cliëntenonderzoek te verrichten.
Dat N partijen zou hebben gewezen op het verschil tussen de koopprijs en de waarde volgens de jaarstukken, blijkt niet uit het dossier.
Dit alles had aanleiding moeten geven om te veronderstellen dat de transactie verband kon houden met witwassen en dat deze door N als ongebruikelijk gemeld had moeten worden. Ook heeft N ten onrechte geen onderzoek verricht naar de herkomst van het contante geld dat buiten haar om tussen partijen is betaald ter voldoening van de koopsom van 2.500 euro.
N had haar diensten moeten weigeren, omdat haar medewerking werd verlangd bij handelingen die kennelijk een ongeoorloofd doel of gevolg hadden. N heeft later alsnog melding gedaan bij FIU-Nederland.
Verder blijkt niet uit het dossier dat N aandacht heeft besteed aan de vraag wat voor ‘soort tussenpersoon’ erbij betrokken was en waarom deze zo veel opeenvolgende privéadressen had, waaronder adressen van daklozenzorg en een penitentiaire inrichting.
Een juiste uitvoering van aandelentransacties is, mede gelet op de risico’s van faillissementsfraude en andere benadeling van schuldeisers, van wezenlijk belang. Door het handelen en nalaten van N is het vertrouwen in het naleven van de wettelijke verplichtingen in ernstige mate geschaad.
Aangezien N ruim twee jaar door klaagster in het ongewisse is gelaten en zij inmiddels cursussen heeft gevolgd en de kantoorprocedures heeft aangescherpt, kan worden volstaan met de maatregel van waarschuwing.
De notariskamer legt de maatregel waarschuwing op.
Opmerking
Het stadium dat de notaris kan volstaan met het blindelings afvinken van een Wwftchecklist is het notariaat inmiddels voorbij. Notarissen dienen de gehele transactie en de betrokken partijen bij het eerste ‘nietpluis- gevoel’ aan een verscherpt onderzoek te onderwerpen en alle afwegingen te documenteren.