Gebrek aan integriteit verwijtbaar en toerekenbaar, inzicht matigt de maatregel
Kandidaat-notaris KN heeft bij uitspraak van de Kamer Arnhem-Leeuwarden van 23 mei 2019 de maatregel van berisping opgelegd gekregen vanwege onder meer het passeren van een substantiële hoeveelheid leveringsakten waarbij hij de desbetreffende dossiers had voorbereid en ook de verkrijgende partij was.
Het Bureau Financieel Toezicht (BFT) dient vervolgens op basis van een onderzoeksrapportage van 4 december 2018 een klacht in tegen notaris N. Daarbij gaat het ook om een aantal ondernemingsrechtelijke dossiers. In deze dossiers is/zijn gelijktijdig dan wel achtereenvolgens:
- aandelen overgedragen voor de nominale waarde (1 euro), zonder toelichting op de totstandkoming van de verkoopprijs;
- korte termijnen aangehouden tussen oprichting van de vennootschappen en overdracht van de aandelen;
- geen (volledig) onderzoek naar de (in de loop van de transacties schijnbaar wisselende)
identiteit van partijen gedaan;
- geen (volledig) onderzoek naar de daadwerkelijke betaling van de koopprijs gedaan;
- (tijdig) voorafgaand aan de transactie(s) geen concepten aan partijen toegezonden;
- niet verifieerbaar aan de informatie c.q. Belehrungsverplichting voldaan;
- niet verifieerbaar onderzoek gedaan naar de achtergrond van en/of motieven voor de transacties;
- akten met niet-Nederlands sprekende partijen gepasseerd zonder inschakeling van een tolk.
Het oordeel
N heeft met het passeren van de akten van KN gehandeld in strijd met het gebod van onafhankelijkheid en onpartijdigheid, dat ook ziet op het voorkomen van mogelijke beïnvloeding van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid en het vermijden van de schijn daarvan.
Ook in de ondernemingsrechtelijke zaken heeft N in strijd met genoemde regelgeving en daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.
De hierboven bedoelde constateringen moeten aangemerkt worden als tekortkomingen in de verplichtingen die de integriteit van het notariaat moeten waarborgen. Bedoelde tekortkomingen hebben zich bovendien herhaaldelijk en – in de onderzochte periode kennelijk – structureel voorgedaan. Redenen waarom deze tekortkomingen N niet toegerekend zouden kunnen worden, zijn niet gesteld en niet gebleken.
De omstandigheid dat het kantoor van N voorafgaand aan de onderzochte periode erg snel gegroeid is, doet immers niet af aan de verantwoordelijkheid van N voor een organisatie die aan de eisen voldoet.
Ook het feit dat N sinds de onderzoeksrapportage de nodige maatregelen heeft genomen om zijn personeel en zichzelf te scholen en geschoold te houden en om de procedures binnen zijn kantoor aan te passen, doet niet af aan de toerekenbaarheid en verwijtbaarheid van de geconstateerde tekortkomingen.
Laatstgenoemde omstandigheid is wel van belang voor de duur van de op te leggen maatregel. Daarvoor is ook van belang dat N de kamer ervan overtuigd heeft dat hij niet opzettelijk nalatig is geweest dan wel met kwade bedoelingen gehandeld heeft.
De notariskamer legt de maatregel schorsing voor de duur van een maand op.
Opmerking
Een heldere overweging van de kamer hoe om te gaan met ‘verzachtende omstandigheden’.