Kandidaat-notaris werkzaam als medewerker: verplicht lid KNB met PE-verplichting

Leestijd: min

Opslaan

Deel deze informatie

Hof Amsterdam 28 mei 2019

X is na de afronding van zijn universitaire studie notarieel recht vanaf 2006 werkzaam als notarieel medewerker bij een notariskantoor. In 2010 wijst de KNB de werkgever van X erop dat X nog geen lid is van de KNB. X meent dat hij geen kandidaat-notaris is. Hij heeft de beroepsopleiding niet gevolgd en neemt niet deel aan de permanente educatie (PE), omdat hij geen ambitie heeft om kandidaatnotaris te zijn/worden.
X voert nog aan dat de KNB in een geval waarbij een kandidaat-notaris als secretaresse ging werken, de opzegging van het lidmaatschap wel heeft gehonoreerd. X meldt zich uiteindelijk toch aan als lid van de KNB.

In 2015 stuurt het BFT aan X een brief dat hij te weinig PE-punten heeft behaald. X voldoet niet aan de oproep, hetgeen in juli 2018 tot indiening van een klacht leidt. X reageert onder meer:
‘(...) Ik voel mij gevangen in een hokje en dat voelt niet fijn. Het is toch niet redelijk en billijk dat uitzonderingen niet mogelijk zijn. (...) Momenteel werk ik parttime (3 dagen per week) daarnaast sta ik sinds mijn vrouw in 2015 is overleden alleen voor de opvoeding van onze drie kinderen. Ik doe mijn best alle ballen in de lucht te houden maar dat valt niet mee. De functie notarieel medewerker geeft mij duidelijkheid, rust en stabiliteit, geen stress en werkdruk.’

De beslissing van de kamer

De kamer Arnhem-Leeuwarden verklaart de klacht op 13 november 2018 ongegrond (ECLI:NL:TNORARL:2018:46). De kamer stelt vast dat X feitelijk de werkzaamheden van een notarieel medewerker verricht en dienovereenkomstig wordt betaald.
Het is een bewuste keuze van X om niet als kandidaat-notaris werkzaam te zijn, zodat de kamer het in dit geval niet tuchtrechtelijk verwijtbaar acht dat X de opleidingspunten niet heeft gehaald.

De klacht

De KNB stelt in hoger beroep dat X moet worden aangemerkt als kandidaat-notaris en dus moet voldoen aan de PE-verplichting. In een vergelijkbaar geval heeft het hof op 10 december 2013 (ECLI:NL:GHAMS:2013: 4589) de klacht jegens die medewerker wel gegrond verklaard.
Tot slot voert de KNB aan dat de wetgever bewust heeft gekozen voor deze wettelijke regeling om te voorkomen dat een kandidaat- notaris of zijn notariële werkgever zich kan onttrekken aan de verplichtingen die de wet aan de kandidaat-notaris oplegt, en aan het toezicht en tuchtrecht.

Het oordeel

Lidmaatschap KNB
Vaststaat dat X aan de opleidingsvereisten voldoet en zijn werkzaamheden onder verantwoordelijkheid van een notaris verricht.Voorts dienen naar het oordeel van het hof zijn werkzaamheden (royementen, hypotheek- en leveringszaken) te worden aangemerkt als notariële werkzaamheden. Dit betekent dat X onder de wettelijke omschrijving van ‘kandidaat-notaris’ valt en dus verplicht lid is van de KNB en aan het tuchtrecht is onderworpen.

PE-punten
Het bestuur van de KNB kan blijkens artikel 4 lid 4 Reglement bevordering vakbekwaamheid (Rbv) desverzocht in geval van buitengewone omstandigheden geheel of gedeeltelijk vrijstelling van de in artikel 2 Verordening bevordering vakbekwaamheid (Vbv) omschreven verplichting verlenen. X heeft hier niet om verzocht.
De door X genoemde omstandigheden behoren een rol te spelen bij de beoordeling door het bestuur van de KNB van een verzoek om vrijstelling, maar zij geven X niet de bevoegdheid zonder vrijstelling de PE-verplichting naast zich neer te leggen.

Gesprek over de (bij)scholing
De KNB en X zijn bereid zijn met elkaar in gesprek te gaan over (bij)scholing. Wellicht kan worden bezien of X in aanmerking komt voor de pilot waar de KNB momenteel aan werkt en waarbij de nadruk ligt op het persoonlijke ontwikkelingsplan; de leerdoelen en hoe die doelen te verwezenlijken, niet enkel door het behalen van PE-punten.

Het hof verklaart de klacht gegrond maar legt geen maatregel op.

Opmerking

Had de KNB X er niet op kunnen attenderen dat hij een vrijstelling kon aanvragen? Natuurlijk moet voorkomen worden dat kandidaten zich met een andere functiebenaming onttrekken aan hun verplichtingen, maar een iets humanere benadering van de ‘kandidaten’ die overduidelijk te goeder trouw zijn, zal toch breed gedragen worden.

Lees de hele uitspraak