Klachtenregen leidt tot klacht Bureau Financieel Toezicht (BFT)
N is sinds 1997 notaris. In de afgelopen jaren heeft de tuchtrechter diverse klachten (grotendeels) gegrond verklaard en daarbij tweemaal een waarschuwing en eenmaal een berisping aan N opgelegd.
Als gevolg van de oordelen van de tuchtrechter stelt het BFT op basis van haar toezichthoudende taak een onderzoek in naar kwaliteits- en integriteitsaspecten van de handelwijze van N en de gang van zaken op zijn kantoor.
In oktober 2017 doet het BFT onderzoek naar de familie- en erfrechtpraktijk van N, met name naar de zorgvuldigheid (waaronder dossiervorming), onderzoeksplicht (waaronder wilscontrole), voortvarendheid, wijze van communiceren en de financiële afwikkeling van oude posten uit boedels en nalatenschappen.
Ná oktober 2017 zijn opnieuw tuchtmaatregelen opgelegd: een berisping, een schorsing voor een week en een schorsing voor twee weken.
De klacht
Het BFT verwijt N schending van zijn informatieplicht, niet helder offreren en onvolledige urenregistratie, onzorgvuldig handelen met betrekking tot de beoordeling van de wilsbekwaamheid, onvoldoende dossiervorming en onvoldoende voortvarend handelen.
Het oordeel
N heeft naar voren gebracht dat het vaak terechte commentaar van het BFT dat er onvoldoende en slecht leesbare aantekeningen aanwezig waren, niets zegt over de wijze waarop hij akten heeft gepasseerd.
Voor zover N daarmee heeft willen betogen dat er geen aanwijzingen zijn dat hij niet aan zijn Belehrungsplicht/informatieplicht heeft voldaan, verwerpt de kamer dit verweer.
Nu N de (overige) onderdelen van de klacht van het BFT heeft erkend, zal de kamer de klacht gegrond verklaren.
Gelet op de aard en omvang van de klacht is de kamer van oordeel dat N in ernstige mate tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Daarbij past het opleggen van een zware tuchtrechtelijke maatregel.
De notariskamer legt de maatregel boete van 7.500 euro op met openbaarmaking.
Opmerking
Een boete van 7.500 euro is een zware tuchtrechtelijke maatregel?