Net benoemde notaris gemakkelijke prooi van criminele circuit
Naar aanleiding van drie meldingen van de Belastingdienst betreffende dossiers uit 2017 start het Bureau Financieel Toezicht (BFT) een onderzoek bij notaris N. Dit leidt tot de onderzoeksrapportage van 1 juni 2018. Het gaat uiteindelijk om zes dossiers. N heeft op 11 april 2018 melding gemaakt van een ongebruikelijke transactie bij de FIU in vijf dossiers.
Dossier 1 betreft een levering aandelen voor de koopsom van 1 euro aan de bestuurder van de verkopende stichting. Het dossier bevat geen proof of residence van koper en er blijkt niet van nader contact met koper. Ook blijkt niet van enig contact met de werkelijke UBO (ultimate beneficial owner).
Dossiers 2 en 5 betreffen de oprichting van diverse rechtspersonen. Een oprichter heeft een buitenlandse (Bulgaarse) nationaliteit, is pas twee maanden ingeschreven in de GBA en wenst een groothandel te beginnen waarbij het bezoekadres een adres is van een bedrijfsverzamelgebouw. De e-mailcorrespondentie verloopt via een derde. In dossier 5 is geen correspondentie aanwezig en blijkt niet van nader onderzoek.
Dossiers 3 en 4 betreffen leveringen van aandelen voor de koopsom van 1 euro. N heeft niet geverifieerd wat de reden van verkoop was en of de transactie een geoorloofd doel had. Er blijkt niet van onderzoek omtrent de leeftijd van de koper en het buitenlandse woonadres. Dossier 6 betreft een aandelenoverdracht voor 500 euro. Er is geen nader onderzoek naar de koper of koopsom, terwijl de balans een negatief eigen vermogen van ruim 35.000 euro heeft.
De klacht
- Schending onderzoeksplicht
De aandelenoverdrachten geschiedden tegen een (zeer) geringe prijs, waarbij de cliënten niet in de buurt van het notariskantoor wonen. Daarbij was sprake van een transactie die zonder nadere informatie naar aard, frequentie of uitvoering ongebruikelijk is. Ook was sprake van een (mogelijke) katvanger of stroman. - Schending weigeringsplicht/ opschortingsplicht
Door het nalaten van verscherpt cliëntenonderzoek, niet voldoende onderzoek doen naar de transacties en te weinig hierover vastleggen, kon N geen goede afweging maken om te beoordelen of hij zijn diensten moest verlenen of verplicht was dienst te weigeren. - Geen (verscherpt) cliëntenonderzoek
Ondanks het feit dat dezelfde partijen meerdere malen in verschillende transacties verschenen, signalen aanwezig waren dat sprake zou kunnen zijn van een stroman, partijen niet woonachtig waren in het werkgebied en het type transactie, verrichtte N geen verscherpt cliëntenonderzoek en werd de cliënt niet gemonitord. - Overtreding meldingsplicht
Op basis van de aanwezige indicatoren had N bij het passeren van de akten reeds moeten oordelen dat sprake was van een ongebruikelijke transactie en had hij deze onverwijld moeten melden bij de FIU, dan wel zijn afwegingen schriftelijk moeten vastleggen waarom hij niet tot melding zou overgaan. - Onvoldoende medewerking onderzoek
N heeft pas na herhaalde verzoeken en toezeggingen een opgevraagd dossier toegestuurd. Afschriften van de inhoud van MOT-meldingen zijn in het geheel niet door BFT ontvangen.
Het oordeel
N heeft onvoldoende voldaan aan de eisen die aan hem werden gesteld, zowel op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) als de Wet op het notarisambt (Wna), en daarmee zijn rol als poortwachter niet waargemaakt. Voorts heeft N onvoldoende medewerking aan het onderzoek van het BFT verleend.
Wat betreft de op te leggen maatregel overweegt de kamer als volgt.
N heeft aangevoerd dat hij zich na het defungeren van zijn compagnon ineens geconfronteerd zag met de overname van de vennootschapsrechtelijke praktijk terwijl hij daarin niet was ingewerkt. N had daardoor de ondernemingsrechtelijke afdeling onvoldoende onder controle. Gelet op de ernst van de gemaakte verwijten zou in beginsel een schorsing van enige duur op zijn plaats zijn.
N heeft zijn fouten ingezien, het kantoorbeleid bijgewerkt en aangescherpt, de Wwft-cursus succesvol afgerond en het aannamebeleid aangepast. Hieruit blijkt dat N zich heeft ingespannen om herhaling van deze kwalijke kwesties te voorkomen. Voorts houdt de kamer rekening met het feit dat aan N nog niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd en de omstandigheid dat N de enige notaris is op het notariskantoor.
De notariskamer legt de maatregel waarschuwing op en een boete van 10.000 euro.
Opmerking
De kamer oordeelt dat schorsing voor enige duur op zijn plaats zou zijn, maar legt een waarschuwing met een boete op. Hoe ver kan de rechter gaan met verzachtende omstandigheden?
Het betreft een net benoemde notaris op een solitaire standplaats. Heeft deze notaris voldoende weerbaarheid in zijn mars, gaan bij hem tijdig alarmbellen af en is hij bereid en in staat te sparren met collega’s? Dit zijn vragen die bij de Commissie toegang notariaat (mede op basis van het psychologisch rapport) kennelijk positief zijn beantwoord.
Als er twijfel bestaat, kan de CTN kandidaten door laten gaan onder de voorwaarde dat er een stevig coachtraject met duidelijk gefomuleerde leerdoelen wordt gevolgd. In lijn daarmee zou de kamer met de notaris in gesprek kunnen gaan over zijn persoonlijke ontwikkeling. Het volgen van een Wwftcursus is wel heel mager en biedt geen garantie voor de verdere praktijkvoering. Is het bijvoorbeeld mogelijk om een voorwaardelijke boete op te leggen, die vervalt als de notaris een intensief coachtraject volgt (in combinatie met een zwaardere maatregel en/of openbaarmaking)? Dat zou een veel zinvoller besteding zijn van de 10.000 euro.