Notaris mag niet roddelen over de makelaar
Na het passeren van de akte van levering en het vertrek van verkoper, vraagt koper aan notaris N over haar ervaring met zijn makelaar (klager K). N vertelt dat het haar niet verbaast dat de sleutels zijn zoekgeraakt en dat K niet goed bekendstaat in de regio. K zou volgens N betrokken zijn geweest bij de aankoop van een appartement en de verkoop daarvan voor een aanmerkelijk hogere prijs. Daarbij is gesuggereerd dat zij (of familieleden van hen) van dat verschil zelf beter zijn geworden en waarna zij, min of meer noodgedwongen, na een klacht hun lidmaatschap bij de NVM hebben moeten beëindigen. N wist dit ‘van horen zeggen’. Hetgeen zij de koper heeft verteld, is haar, zo brengt zij naar voren, meermaals door verschillende derden onafhankelijk van elkaar ter ore gekomen.
De klacht
N heeft in strijd met haar geheimhoudingsplicht mededelingen gedaan over K aan zijn cliënt. Daardoor heeft N onbetamelijk gehandeld en de reputatie van K geschaad. De betreffende mededelingen berusten niet op de waarheid en hebben zonder hoor en wederhoor plaatsgevonden.
Het oordeel
De gewraakte uitlatingen van N betreffen geen mededelingen of feiten waarvan zij uit hoofde van haar notariële werkzaamheden als zodanig heeft kennisgenomen of die haar als zodanig zijn toevertrouwd. Het klachtonderdeel dat zij in strijd met haar geheimhoudingsplicht heeft gehandeld, is dan ook niet gegrond.
Wat N heeft verteld over K heeft zij bij geruchte, als roddel, vernomen. Zij heeft de juistheid daarvan niet zelf getoetst bij K. Dat hetgeen zij heeft verteld voor een deel in openbare registers is terug te vinden (Kadaster en Handelsregister) mag zo zijn, maar niet is gebleken dat N in deze openbare bronnen ook nader onderzoek heeft verricht. N wist, althans had moeten weten dat wat zij vertelde over K hem in een kwaad daglicht stelde. Dat zij de mededeling binnen de beslotenheid van haar kantoor heeft gedaan, kan dat niet anders maken. Daarbij maakt het niet uit of zij eigener beweging of op vragen van koper de gewraakte uitlatingen heeft gedaan.
N heeft de vrijheid om persoonlijke meningen en overtuigingen te uiten, maar die vrijheid brengt, mede gezien de bijzondere aard van haar ambt, ook de verantwoordelijkheid mee te handelen zoals een behoorlijk notaris betaamt. Dat houdt hier in dat zij discreet, eerlijk en waardig moet optreden in het contact met de koper. Dat heeft zij niet gedaan.
Het hof is verder van oordeel dat in dit geval beperking van de uitingsvrijheid van N in een democratische samenleving noodzakelijk is ter bescherming van de goede naam of de rechten van anderen, te meer nu zowel N als K betrokken zijn bij de verkoop en levering van onroerende zaken in de betreffende regio en de uitingen van N de professionele samenwerking tussen haar en K in de weg kunnen staan.
Het hof legt de maatregel berisping op.
Opmerking
De kamer (ECLI:NL:TNORDHA:2018:8) oordeelde eerder: ‘Hoewel het beter ware geweest als de notaris zich (nog meer) op de vlakte had gehouden, zijn de uitlatingen niet dusdanig dat zij tot het oordeel leiden dat het doen daarvan onbetamelijk was.’