Notaris vraagt zonder geldige reden testament op bij collega
Klaagster K is de weduwe van erflater E. K ontvangt van haar notaris A een e-mail met de vraag of zij kan bevestigen of het kantoor van notarissen N de nalatenschap van E in behandeling had. Het kantoor van N had A verzocht om een kopie van het testament van E te verstrekken.
De klacht
De notarissen N (de klacht richt zich tegen twee notarissen (N1 en N2) en een oudnotaris van hetzelfde kantoor) hebben onder valse voorwendselen een kopie van het testament opgevraagd bij A. Voor K was de herkomst van het verzoek te herleiden tot een conflict tussen haar en de Vereniging van Eigenaren (VvE), waar de oud-notaris bestuurslid en woordvoerder van is. Voor zover K bekend, is er geen achterstand bij de VvE en is voor de uitoefening van het stemrecht geen kopie van het testament vereist. Het verzoek tot het opvragen van het testament is een ernstige poging tot inbreuk op de privacy van K.
Het verweer
N1 verklaart dat de oud-notaris hem namens de VvE verzocht om uit te zoeken wie de rechtsopvolgers waren van E. Aangezien in het boedelregister niets stond vermeld, raadpleegde hij het Centraal Testamentenregister, waaruit bleek dat notaris A het laatste testament had gemaakt. N heeft toen aan zijn secretaresse gevraagd om A een briefje te sturen voor het opvragen van het testament. Abusievelijk heeft de secretaresse een standaardbriefje gebruikt waarin de zin ‘Bij ons is in behandeling de nalatenschap van …’ is blijven staan.
Het oordeel
Nu N1 het testament heeft opgevraagd bij een collega-notaris, terwijl hij wist dat zijn kantoor de nalatenschap niet in behandeling had, heeft hij tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld. Hij had moeten volstaan met het raadplegen van het Kadaster wie de eigenaar was van het onroerend goed en zich dan moeten wenden tot de mede-eigenaar, K dus.
N1 heeft bij twee eerdere klachten schorsingen opgelegd gekregen van respectievelijk een week en vier weken. Deze klachten zagen op het niet reageren van N1. Nu heeft N1 wederom niet gehandeld zoals het een behoorlijk notaris betaamt. Het had op zijn minst op zijn weg gelegen aan betrokkenen zijn verontschuldiging over de gang van zaken aan te bieden. Gelet op het stelselmatige karakter met betrekking tot het niet reageren naar betrokkenen en de kamer zal de kamer N1 de maatregel opleggen van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van een maand.
Van N2 had verwacht kunnen worden dat, zodra hij van de hierboven vermelde gang van zaken op de hoogte was gesteld, hij zijn partner actief had bewogen om verontschuldiging aan te bieden. De klacht is hierop evenwel niet gericht. Nu N2 feitelijk geen bemoeienis heeft gehad met het opvragen van het testament en pas later van de feiten op de hoogte is geraakt, is de klacht tegen hem ongegrond.
De oud-notaris in 2005 gedefungeerd. Nu de klacht tegen hem ziet op een handelen of nalaten in 2017 is deze niet-ontvankelijk.
De notariskamer legt de maatregel schorsing in de uitoefening van het ambt op voor de duur van een maand.
Opmerking
In dezelfde zaak heeft notaris A een klacht ingediend, waarop de kamer een gelijk oordeel heeft geveld en dezelfde maatregel heeft opgelegd (ECLI:NL:TNORDHA:2019:9).