Struikroverij was ‘usance’ zodat geen maatregel wordt opgelegd
De klacht bestaat uit de volgende onderdelen:
1. Aan klagers is elk het volledig tarief voor Kadastraal recht van inschrijving royementsakte in rekening gebracht, terwijl in de betreffende royementsakte royementen van meerdere cliënten worden opgenomen en N feitelijk slechts eenmaal het Kadastraal recht aan het Kadaster betaalt. De facturen bevatten daarmee tevens een onjuist bedrag voor btw-afdracht. Uit een gerechercheerde royementsakte blijkt dat er 38 hypotheken zijn doorgehaald, zodat er voor deze ene akte 2.738 euro (37 maal 74 euro) teveel aan Kadastraal recht in rekening is gebracht bij klagers.
2. Het hogere (niet KIK-tarief, te weten 168 euro) in rekening brengen als onbelast Kadastraal recht, terwijl de akte feitelijk voor het lagere KIK-tarief (103 euro) wordt ingeschreven bij het Kadaster. En daarnaast weigeren om desgevraagd (voor het passeren) het KIK-tarief toe te passen en vervolgens bij passeren verstrekken van feitelijk onjuiste informatie (‘Wij werken niet met KIK’). Over dit hogere bedrag werd ten onrechte geen btw op de factuur gerekend.
3. Kopers aantrekken met een laag tarief voor honorarium voor levering/hypotheek, terwijl aan de verkoper een hoog tarief wordt opgelegd nadat de notariskeuze is gemaakt door de koper. Zo moesten drie klagers voor doorhaling in totaal 255,50 euro betalen, terwijl dat tarief bij een andere notaris in de regio slechts 162,20 euro was.
4. Het weigeren om in te gaan op een verzoek voorafgaand aan het passeren om een meer passend honorarium voor royement te hanteren.
5. Het rekenen van een te hoog bedrag aan Kadastrale recherchekosten (meer dan alle andere notariskantoren). N rekent 60 euro in tegenstelling tot 12,50 euro bij andere notariskantoren. De feitelijke kosten die het Kadaster doorberekent, zijn sinds 2015 gedaald van 3,50 euro per raadpleging naar 2,40 euro in 2018.
6. Het weigeren – na daartoe te zijn verzocht – om zelf actie te ondernemen om alle cliënten die op basis van bovenstaande teveel hebben betaald actief restitutie te verlenen. Als cliënt is het zeer lastig om te kunnen ontdekken dat je teveel hebt betaald.
Het verweer
1. N bestrijdt niet dat hij meer dan de feitelijke kosten in rekening heeft gebracht, maar wel dat hij daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De KNB heeft in een nieuwsbericht van 11 juli 2018 het doorberekenen van het volledig tarief voor Kadastraal recht van inschrijving royementsakte beoordeeld als ‘onaanvaardbaar, (ethisch) onjuist, niet transparant en niet zoals een goed notaris betaamt’. Volgens N is de gewraakte handelwijze (tot voor kort) al jarenlang op grote schaal binnen het notariaat gangbaar en heeft de voorzitter bij bericht van 17 augustus 2018 zijn eerdere bericht genuanceerd met de opmerking dat een notaris geen ‘substantiële winst’ mag maken op de doorbelasting van verschotten.
2. Op voorhand is niet (altijd) duidelijk of een akte wel of niet via KIK kan worden ingediend. Klagers betaalden een vast bedrag van 103 euro (in plaats van 65 euro) hetgeen niet buitensporig is.
3., 4. en 5. Er is sprake van een vrije markt met vrije tarieven.
6. Het is legitiem dat N de uitkomst van de ledenraad van de KNB en het vast te stellen beleid afwacht.
Het oordeel
1. Uit de declaratie moet blijken wat de daadwerkelijk gemaakte kosten zijn. N heeft hogere bedragen aan kosten aan klagers in rekening gebracht, zonder klagers daarvan vooraf op de hoogte te stellen. Dit klachtonderdeel is gegrond.
2. Ook voor het in rekening brengen van het KIK-tarief of niet-KIK-tarief geldt dat uit de declaratie moet blijken wat de daadwerkelijk gemaakte kosten zijn. Indien er alsnog wordt ingeschreven tegen KIK-tarief dient de declaratie te worden aangepast. Dit klachtonderdeel is gegrond (ten aanzien van zes klagers).
3. Het verschil in prijsstellingen voor koper en verkoper is aanleiding om aan te nemen dat het verdienmodel verlegd wordt van koper naar verkoper. De Kamer acht dit in strijd met artikel 10 lid 3 Verordening beroeps- en gedragsregels 2011. Deze handelswijze wordt van tevoren niet kenbaar gemaakt aan cliënten. Hierdoor is de wijze van declareren niet transparant. Nu de koper de notaris kiest en de verkoper ‘veroordeeld’ is tot de behandeld notaris is de prijsstelling misleidend. Dit leidt tot een gegrondheid van dit klachtonderdeel.
4. Een notaris bepaalt zijn eigen tarieven en hoeft niet in te gaan op een verzoek om de prijs te verlagen. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
5. Bij gebrek aan verdere gegevens is de Kamer niet in staat om te beoordelen of het door N gehanteerde tarief, mede gelet op de aan recherche te besteden tijd, te hoog is. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
6. Dit klachtonderdeel ziet op het algemeen belang, c.q. het belang van anderen dan klagers. Klagers worden niet-ontvankelijk verklaard.
Geen maatregel
Uit de stukken en toelichting daarop ter zitting is duidelijk geworden dat binnen het notariaat de wijze van declareren waarover de klachtonderdelen in essentie gaan in het notariaat tot voor kort geenszins ongebruikelijk was en breed werd toegepast. Pas recent is binnen de KNB en het notariaat hier discussie over ontstaan. Omdat N zijn declaratiegedrag heeft aangepast en deze wijze van declareren kennelijk usance was in het notariaat ziet de kamer een aanleiding om geen maatregel op te leggen.
De notariskamer oordeelt tot gegrondverklaring zonder oplegging van een maatregel.
Opmerking
De conclusie van de kamer, op basis van de uitlatingen van N, dat het declareren van veel te hoge Kadastrale royementskosten ‘kennelijk usance was’ is een klap in het gezicht van alle kantoren die de kosten van de verzamelakte wel verdelen.
Dat de kamer het bestaat om geen maatregel op te leggen omdat ‘iedereen door rood reed’, is volstrekt onbegrijpelijk. In het verleden zijn de kamers nogal omzichtig omgegaan met bovenstaande vormen van struikroverij. Nu oordeelt de kamer duidelijk dat de eerste drie wijzen van declareren ongepast en onacceptabel zijn. Over de recherchekosten (dit is voornamelijk honorarium) laat de kamer zich echter niet uit, hoewel algemeen bekend is dat de bestede tijd aan rechercheren met de huidige techniek een kwestie is van hooguit enkele minuten door de laagstbetaalde medewerker. Het verschil tussen 60 euro en 12,50 euro is meer dan 400 procent en voor kantoren met veel onroerend goed een significant bedrag op jaarbasis.
Juist met het opleggen van een maatregel en de bijbehorende kostenveroordeling kan de kamer struikroverij bestrijden! Daarnaast is het merkwaardig dat de kamer niet ingaat op de gestelde btw-fraude, die een economisch delict kan opleveren.