Tolk niet alleen verplicht bij notariële akte
Klagers K zijn gezamenlijk rechthebbende van het recht van erfpacht van een perceel met woning. In december 2018 tekenen K bij de notaris N een koopovereenkomst waarbij K het recht van erfpacht aan een professionele partij verkopen voor 243.500 euro.
In februari 2019 ontbinden K de koop buitengerechtelijk wegens dwaling of misbruik van omstandigheden. Koper stelt K in gebreke.
Bij vonnis van 19 april 2019 veroordeelt de voorzieningenrechter K om binnen zeven dagen na betekening van het vonnis het recht van erfpacht te leveren aan koper door mee te werken aan het passeren van de notariële leveringsakte.
De klacht
N heeft bij het ondertekenen van de koopovereenkomst ten onrechte nagelaten een beëdigd tolk/vertaler in te schakelen nu zij de Nederlandse taal niet machtig zijn.
Het verweer
N stelt dat de aanwezigheid van een tolk slechts verplicht is bij het passeren van een notariële akte en niet bij het ondertekenen van een overeenkomst. Overigens heeft N, voordat is overgegaan tot ondertekening van de overeenkomst, met K uitgebreid de overeenkomst in het Engels besproken.
Het oordeel
Naar het oordeel van de kamer is niet dan wel onvoldoende weersproken dat K de Nederlandse taal ten tijde van het ondertekenen van de overeenkomst niet eigen waren.
De wetgever heeft ten aanzien van het inschakelen van een tolk zoals bepaald in artikel 42 lid 1 van de Wet op het notarisambt (Wna), maar ook ten aanzien van de algemene informatieplicht van artikel 43 en de zorgplicht van artikel 17 lid 1 van de Wna het oog op notariële akten. Echter ook de ondertekening van onderhandse akten, zoals deze, moet naar het oordeel van de kamer met de grootst mogelijke notariële zorgvuldigheid omringd worden. Dit betekent dat N, nadat hem op 10 december 2018 was gebleken dat K de Nederlandse taal niet eigen waren, er niet mee kon volstaan K een overeenkomst bestaande uit vele pagina’s voor te houden om deze te ondertekenen. Niet uitgesloten was immers dat K onvoldoende de inhoud van de overeenkomst begrepen en de rechtsgevolgen van de overeenkomst onvoldoende tot hen zouden doordringen. N had immers de conceptakte uitsluitend in het Nederlands toegezonden en moet hebben begrepen dat zij die conceptakte niet eigenmachtig hebben kunnen doorgronden. N kon daarom niet volstaan met een ter plekke gegeven mondelinge vertaling van de hoofdpunten van de overeenkomst in het Engels. Van belang is daarbij dat gesteld noch gebleken is dat er omstandigheden waren die maakten dat de ondertekening van de overeenkomst niet kon worden uitgesteld tot het moment dat K deugdelijk waren geïnformeerd over de inhoud en zij de strekking daarvan tot zich hadden (kunnen) laten doordringen. Gelet op het vorenstaande is de kamer van oordeel dat N in strijd heeft gehandeld met zijn zorgplicht en zijn informatieplicht.
De notariskamer legt de maatregel waarschuwing op.
Opmerking
Hoewel het vaak genoeg zal voorkomen dat cliënten de notaris verwijten hen op te zadelen met onnodige kosten voor een tolk/vertaler (of, wellicht nog vaker: dat de notaris daarvoor bang is), is juist de Belehrung (in begrepen taal) de toegevoegde waarde van ons vak. Net als bij de wilsbekwaamheid is het zaak om schriftelijke aantekeningen te maken omtrent de taalvaardigheid. Alleen al om spijtoptanten van een transactie geen munitie te verschaffen.