Veiling woonschip zonder ligplaatsvergunning: notaris was toch duidelijk genoeg

Leestijd: min

Opslaan

Deel deze informatie

Hof Amsterdam 19 februari 2019

De heer X heeft eind 2008 een woonschip gekocht en in eigendom verkregen. Voor de aankoop heeft X een bedrag van 140.150 euro geleend van Y, waarvoor X in 2012 een recht van hypotheek verleent. X krijgt een ligplaatsvergunning die persoons-, ligplaats- en scheepsgebonden is en eindigt bij onder meer verkoop van het schip en niet als vermogensobject overdraagbaar is. Het woonschip is niet gelegen aan eigen grond en/of boven of in eigen waterbodem. De ligplaats wordt gehuurd van een derde.
N krijgt van Y opdracht het woonschip in het openbaar te veilen en na een juridische procedure van X vindt deze plaats op 18 april 2016. Bij deze veiling kon zowel vanuit de zaal, als via internet worden geboden. Klager K registreert zich als internetbieder en verklaart zich akkoord met de toepasselijkheid van de Algemene Voorwaarden Voor Executieveilingen Van Nederlandse Schepen (AVVES), alsmede met de (door de notaris op 17 maart 2016 gepasseerde) specifieke veilingvoorwaarden. In artikel 14 van de AVVES is vermeld: ‘De executante staat niet in voor de aanwezigheid van documenten, certificaten en vergunningen of andere bescheiden, welke voor het gebruik van het schip of anderzijds vereist mochten zijn.’
In de specifieke veilingvoorwaarden staat onder meer: ‘Een ligplaatsvergunning is persoons-, ligplaats- en scheepsgebonden. Op verzoek van de eigenaar van het woonschip stelt het college, behoudens in uitzonderlijke gevallen, de vergunning op naam van een rechtverkrijgende.’

X voert nog een nieuwe kortgedingprocedure om de executie te stoppen. Volgens X maakt Y misbruik van haar executiebevoegdheid, omdat het woonschip zonder ligplaats(vergunning) geen waarde heeft. De vorderingen van X wordt afgewezen. Op 18 april 2016 heeft de veiling van het woonschip plaats. N deelt nogmaals mee: ‘Op verzoek zeg ik het nog maar nadrukkelijk bij dat het dus geen eigendom ligplaats is. De ligplaats is een huurkwestie tussen de gemeente die de verhuurder daarvan is.’ K verkrijgt het woonschip en verzoekt de gemeente om wijziging van de tenaamstelling van de ligplaatsvergunning. De gemeente weigert, omdat dit verzoek alleen door de oorspronkelijke eigenaar kan worden gedaan.

De klacht

N heeft de schijn gewekt dat de ligplaats te verkrijgen is en het vertrouwen gewekt dat het verkrijgen van de ligplaats(vergunning) mogelijk was. Het feit dat K 50.000 euro heeft betaald voor een woonschip (dat vol- gens N geen waarde heeft zonder ligplaats), had voor N reden moeten zijn om ervan uit te gaan dat K in de veronderstelling was dat zij naast het woonschip ook een ligplaats( vergunning) zou (kunnen) verkrijgen.

Het oordeel

Anders dan de kamer, die de klacht ge- grond verklaarde en N de maatregel van waarschuwing opgelegde, is het hof van oordeel dat N zijn zorg-/informatieplicht niet heeft geschonden. Voorafgaand aan de veiling heeft N de veilingbrochure (digitaal) ter beschikking gesteld. Uit die brochure, waarvan ook de veilingvoorwaarden deel uitmaken, kon K (als ervaren (internet)-biedster) opmaken dat de ligplaatsvergunning persoons-, ligplaats- en scheepsgebonden is en bij verkoop van een woonschip niet automatisch op naam van de koper komt te staan. K heeft zelf ook nog contact opgenomen met de gemeente ten aanzien van de ligplaats(vergunning). Haar is toen meegedeeld dat een ligplaats- (vergunning) zou zijn te verkrijgen.
Tijdens de veiling heeft N duidelijk gemaakt dat hij contact heeft gehad met de gemeente en dat op internet staat vermeld wat men moet doen om een ligplaats- (vergunning) te krijgen. Weliswaar heeft N in dat kader ten onrechte gesproken over ‘(ver)huur’, maar daarvan valt hem als zodanig geen tuchtrechtelijk verwijt te maken. De omstandigheid dat de gemeente uiteindelijk de wijziging van de tenaamstelling van de ligplaatsvergunning weigerde, valt N niet aan te rekenen.

Het Hof verklaart de klacht ongegrond.

Opmerking

De notaris kan bijna niet duidelijk genoeg zijn. Het noemen van ‘man en paard’ wordt vereist.

Lees de hele uitspraak