Vereffenaar heeft ruime marge van beoordelingsvrijheid en kan het beheer naar eigen inzicht uitvoeren

Leestijd: min

Opslaan

Deel deze informatie

Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden 29 april 2019

In augustus 2017 overlijdt E, achterlatende zijn zoon klager K en zijn dochter D. Moeder was al eerder overleden en had bij testament een ouderlijke boedelverdeling gemaakt. D aanvaardt de nalatenschap van E zuiver en K aanvaardt beneficiair.
K en D slagen er niet in om samen de nalatenschap van hun vader te vereffenen. De rechtbank benoemt kandidaat-notaris KN in mei 2018 tot vereffenaar. In september 2018 stuurt KN de voorlopige boedelbeschrijving, samen met het taxatierapport van de (ouderlijke) woning, aan de erfgenamen en aan de rechtbank. KN vraagt de erfgenamen in de begeleidende mail of zij beiden akkoord gaan met het voorstel van D om in verband met de verkoop van de woning enig achterstallig onderhoud weg te werken.
K uit aan het notariskantoor zijn bezwaar tegen benoeming van KN tot vereffenaar. Daarop mailt notaris N wat de procedure van de vereffening is en dat K tegen de uiteindelijke rekening en verantwoording bezwaar kan maken.
Ook de rechtbank ontvangt diverse brieven van K, waaronder een verzoek tot ontslag van de vereffenaar. De kantonrechter wijst K erop dat hij daarvoor griffierecht moet voldoen en een advocaat moet stellen.

De klacht

KN heeft als vereffenaar ten onrechte aan de rechtbank gecommuniceerd dat K zich wilde laten uitkopen ten aanzien van de woning, terwijl hij de woning juist wilde overnemen.
KN weigerde onderzoek te doen naar banktegoeden die samenhangen met de nalatenschap van (onder meer) de vader van K, zodat hij genoodzaakt was om de FIOD te verzoeken om die tegoeden door te lichten. Voor de taxatie van de woning heeft KN tegen de zin van K aangedrongen op een geveltaxatie. Bij de taxatie was KN tegen de zin van K aanwezig en heeft ze het verzoek van K om daarbij aanwezig te zijn genegeerd. Door de aanwezigheid van KN zijn onnodig kosten gemaakt.
D heeft bepaalde zaken aan de boedel onttrokken; zo heeft ze meegedeeld dat een opkoper een deel van de inboedel had meegenomen. K verwijt KN dat zij, ondanks zijn verzoek aan haar, geen inspanningen verricht om die zaken te achterhalen.

Het verweer

Formeel
KN heeft in het onderhavige geval geen werkzaamheden verricht in haar hoedanigheid van kandidaat-notaris, zodat van een handelen of nalaten in strijd met de Wet op het notarisambt (Wna) geen sprake is. Zij voert hier haar taak als vereffenaar, benoemd door de rechtbank, uit. Ook in die rol kan sprake zijn van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt, maar de kamer zou dat marginaal moeten beoordelen.

Het oordeel

Formeel
Voorop staat dat een notaris tuchtrechtelijk aansprakelijk kan zijn voor het handelen in een andere hoedanigheid dan notaris wanneer dat handelen voldoende verband houdt met zijn hoedanigheid van notaris in relatie tot het daarbij passende gedragsniveau, zonder dat het handelen uitsluitend aan een notaris is voorbehouden. De gedragingen van een vereffenaar houden voldoende verband met het daarbij passende gedragsniveau van een notaris, zodat KN zich voor haar handelen als vereffenaar tuchtrechtelijk moet verantwoorden. Hierop moet een uitzondering worden gemaakt voor de regels die de functie van een vereffenaar in algemene zin betreffen. Op dat gebied is de kantonrechter bevoegd (gerechtshof Amsterdam, 13 juni 2017, ECLI :NL:GHAMS:2017:2259).

Inhoudelijk
De vereffenaar moet knopen doorhakken: hij kan daarom het beheer met uitsluiting van de erfgenamen naar eigen inzicht uitvoeren. De vereffenaar hoeft dus niet achter elke opmerking van de erfgenamen aan. Hij heeft een ruime marge van beoordelingsvrijheid. Het belangrijkste is dat zijn handelingen in het belang van de nalatenschap zijn. Of dat zo is, is uiteindelijk ter beoordeling van de civiele rechter.
Aangaande het niet onderzoeken van de banktegoeden van (onder meer) de nalatenschap van E oordeelt de kamer dat uit de brief van de rechtbank aan K blijkt dat de kantonrechter geen aanleiding zag om de vereffenaar een aanwijzing te geven om (nader) onderzoek te verrichten. KN gedroeg zich conform, dus als goed vereffenaar.
Wat betreft de klacht over de door D onttrokken zaken oordeelt de kamer dat KN als vereffenaar te maken heeft met de boedel zoals deze door haar is aangetroffen vanaf het moment dat zij is benoemd. Voor de boedel zoals deze beweerdelijk in de periode daarvoor was, is zij niet verantwoordelijk. Het behoort dus ook niet tot haar taak om achter de volgens K door zijn zuster onttrokken zaken uit de boedel aan te gaan.
De kamer verwerpt alle klachtonderdelen. KN heeft als zorgvuldig vereffenaar gehandeld.

De notariskamer verklaart de klacht ongegrond.

Opmerking

Een pluim van de kamer voor het zorgvuldige optreden van KN in deze lastige ruzieboedel. Doortastend optreden door de vereffenaar is alleen mogelijk als hij/zij de ruimte heeft om naar eigen inzicht af te wikkelen. Oude koeien hoeft hij/zij niet uit de sloot te halen.