Bij voorraad uitvoerbaar verklaard vonnis moet na betekening worden uitgevoerd
Notaris N verzorgt de levering van de woning van klaagster K. O, handelende namens een onderhoudsbedrijf, laat conservatoir derdenbeslag leggen op de verkoopopbrengst. N geeft op 4 november 2016 een verklaring derdenbeslag af. De rechtbank wijst op 7 februari 2018 de vordering van O op K toe en verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
K licht N op 13 februari 2018 in over het vonnis en verzoekt hem de gelden niet uit te betalen. Zij voegt een concept bij voor een appeldagvaarding/verzoek schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad, die zij later die dag laat betekenen aan de advocaat van O. Een afschrift daarvan stuurt zij aan N met de mededeling: ‘Ik vertrouw erop dat het beslagene niet uitgekeerd zal worden.’
De advocaat van O verzoekt N op 15 februari 2018 om uitvoering te geven aan het vonnis vanwege de uitvoerbaarheid bij voorraad, waarop N aan K meldt dat hij verplicht is om uit te betalen na betekening van het vonnis.
Op 16 februari 2018 om 17.28 uur heeft de deurwaarder het vonnis overbetekend aan N.
Op 19 februari 2018 verzoekt de advocaat van O nogmaals om overmaking van de gelden. N licht K diezelfde dag in over de overbetekening en over zijn voornemen tot uitbetaling. K kondigt daarop aan een datum te zullen vragen voor een kortgedingprocedure.
N vraagt daarna de advocaat van O of zijn cliënt bereid is de procedures van K af te wachten. Hierop wordt afwijzend gereageerd. De deurwaarder bevestigt vervolgens welk bedrag op welke rekening geboekt moest worden. Daarop betaalt N uit en informeert K daarover.
De klacht
N wist dat K een vordering tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van dat vonnis had uitgebracht en een datum had aangevraagd voor een kort geding. N had de betaling moeten aanhouden in afwachting van de beslissing van de voorzieningenrechter.
Het verweer
N heeft zich door deskundige derden laten informeren over zijn verplichtingen als derde-beslagene. Daarnaast heeft hij na navraag bij de advocaat van O geconstateerd dat deze de executie wenste door te zetten. Zijn conclusie was dan ook dat hij het bedrag moest uitbetalen aan de gerechtsdeurwaarder.
Het oordeel van de kamer
(ECLI:NL:TNORDHA:2018:17) N hield de gelden niet voor partijen onder zich op basis van een depotovereenkomst of als enige andere vorm van notariële dienstverlening. Met de levering, de daarmee samenhangende nakomende werkzaamheden en de nota van afrekening is de rol van N geëindigd. Vanaf dat moment verschilt N niet langer van enige andere derde onder wie derdenbeslag is gelegd. Handelingen van een derde-beslagene vallen niet onder de werking van artikel 93 Wet op het notarisambt (Wna). K is derhalve niet-ontvankelijk in haar klacht.
Het oordeel van het hof
Procedureel
Voorop staat dat een notaris tuchtrechtelijk aansprakelijk kan zijn voor het handelen in een andere hoedanigheid dan notaris dat voldoende verband houdt met zijn hoedanigheid van notaris in relatie tot het daarbij passende gedragsniveau, zonder dat het handelen uitsluitend aan een notaris is voorbehouden (zie laatstelijk: Hof Amsterdam 27 november 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:4429). In dit geval is er voldoende verband met zijn hoedanigheid van notaris, omdat het derdenbeslag is gelegd op gelden die hij onder zich heeft gekregen in verband met de door hem verzorgde levering van de woning.
Anders dan de kamer is het hof van oordeel dat K in haar klacht kan worden ontvangen.
Inhoudelijk
Alvorens over te gaan tot uitbetaling heeft N de betekening aan hem van het vonnis afgewacht en K daarover ook geïnformeerd. Bovendien is N bij de advocaat van O nagegaan of het vonnis ook aan K was betekend. Vervolgens heeft N advies ingewonnen bij derden, onder wie zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar en zijn advocaat. Die laatste heeft hem geadviseerd dat hij tot uitbetaling kon en moest overgaan. Voorts heeft N aan de advocaat van O gevraagd of diens cliënt bereid was om de uitkomst van de door K gestarte procedure af te wachten, maar deze was daartoe niet bereid. N heeft K steeds geïnformeerd over de stand van zaken en de door hem te nemen stappen.
Het hof is van oordeel dat N de zorgvuldigheid heeft betracht die een behoorlijk handelend notaris betaamt en voldoende rekening heeft gehouden met de belangen van K.
Het hof verklaart de klacht ongegrond.
Opmerking
Het eerdere oordeel van de kamer over de ontvankelijkheid is opmerkelijk: dossier gesloten, dus geen notariële bemoeienis met het beslag?