Contractsvrijheid in de hypotheekakte: notariële belangen versus partijbelangen

Leestijd: min

Opslaan

Deel deze informatie

Hof Amsterdam 7 april 2020

In 2003 passeert notaris N voor klager K en mevrouw M een akte van huwelijkse voorwaarden. De akte bevat de uitsluiting van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (WVPS). In 2007 wordt de echtscheiding uitgesproken.
In verband met zijn nieuwe huwelijk heeft K in 2018 contact met het pensioenfonds. In een bespreking met K zegt N toe dat hij zijn dossieraantekeningen zal raadplegen aangaande uitsluiting van nabestaandenpensioen. In juni 2019 meldt het pensioenfonds K dat zijn ex-echtgenote recht heeft op nabestaandenpensioen.

De klacht

  1. N heeft nagelaten in de akte op te nemen dat de ex-echtgenote geen aanspraak kon maken op nabestaandenpensioen, terwijl K uitdrukkelijk had medegedeeld dat dit zijn wens was.
  2. N heeft K niet geïnformeerd over aantekeningen over (uitsluiting van aanspraken op) het nabestaandenpensioen. K heeft niets meer van de N vernomen, ook niet op een verzoek tot bemiddeling bij de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB).

De kamer Arnhem-Leeuwarden verklaarde de klacht op onderdeel 2 gegrond en legde de maatregel van berisping op, ECLI:NL:TNORARL:2019:44.

Het oordeel

  1. N heeft verklaard dat in zijn dossieraantekeningen niet valt te lezen dat door K is gesproken over (uitsluiting van aanspraken op) het nabestaandenpensioen. Het hof volgt K niet in zijn stelling dat N had moeten begrijpen dat hij met ‘pensioenaanspraken’ ook het nabestaandenpensioen bedoelde. Nabestaandenpensioen komt pas na het overlijden van de pensioengerechtigde tot uitkering en het is daarom geenszins vanzelfsprekend dat iemand die vindt dat zijn aanstaande echtgenote in het geval van echtscheiding geen aanspraak mag maken op een deel van het voor hemzelf opgebouwde ouderdomspensioen, ook van oordeel is dat zij geen rechten zou kunnen doen gelden op haar deel van het onder meer voor haar opgebouwde nabestaandenpensioen.
  2. N is zijn toezegging niet nagekomen dat hij zijn oude dossier zou raadplegen en K nader zou informeren en heeft ook overigens verre van voortvarend gehandeld in de afhandeling van het verzoek van K. Ook op de klacht bij de kamer heeft N in eerste instantie niet gereageerd. Dit gedrag is aan te merken als ‘ernstig nalatig’.

Het Hof legt de maatregel berisping op.

Opmerking

Hoewel N vrijuit gaat wat betreft het nabestaandenpensioen, is het wellicht raadzaam om ook dit onderdeel te bespreken, met name bij uitsluiting van de WVPS, en vast te leggen in de aantekeningen.