Dochter bestelt met partner/huisarts testament en levenstestament voor moeder bij bevriende notaris
Moeder is in 1940 geboren en bezat de Franse nationaliteit. Zij verbleef sinds 2015 in Nederland. Aanvankelijk woonde zij bij haar dochter D. Later is moeder opgenomen in een verpleeghuis dat gespecialiseerde dementiezorg biedt.
De partner van D was de behandelend huisarts van moeder en een goede kennis van notaris N.
Begin mei 2016 heeft N een bespreking met D en de huisarts over een voor moeder op te maken testament, levenstestament en algehele volmacht.
In de gespreksaantekeningen van N staat vermeld dat D per 16 maart 2016 was benoemd als bewindvoerder en mentor van (het vermogen van) moeder en dat moeder op dat moment verbleef in het verpleeghuis. N stelt concepten op van de akten en mailt deze aan D. Vervolgens bespreekt en passeert N in aanwezigheid van D en de huisarts de akten. Bij dit testament benoemt moeder D tot haar enige erfgenaam en tot executeur-afwikkelingsbewindvoerder en benoemt de huisarts tot reserve-executeur-afwikkelingsbewindvoerder.
Bij het levenstestament wijst moeder D of anders de huisarts aan tot algemeen gevolmachtigde. Bij de algehele volmacht verleent moeder D alle nodige volmachten.
In de drie akten staat vermeld dat moeder op het adres van D woont. In de akten staat ook vermeld dat moeder ‘de taal van deze akte voldoende verstaat en dat zij geen vertaling door een beëdigde tolk zoals bedoeld in artikel 42 lid 1 van de Wet op het notarisambt nodig heeft’.
Moeder overlijdt datzelfde jaar en D trouwt in datzelfde jaar met de huisarts.
Vervolgens verschijnen in de media berichten over deze zaak. Deze berichtgeving en de omstandigheid dat afzonderlijke klagers in 2017 en 2018 tuchtklachten tegen N hadden ingediend, vormde voor het BFT aanleiding om een onderzoek in te stellen bij N.
De klacht
1. Onzorgvuldig handelen bij het passeren van het testament, het levenstestament en de algehele volmacht van moeder. De onzorgvuldigheid zit volgens het BFT in:
- onvoldoende onderzoek naar de wilsbekwaamheid van moeder;
- onvoldoende onderzoek naar de onafhankelijke wilsvorming van moeder;
- schending van de informatieplicht;
- onzorgvuldig handelen.
(2. Onzorgvuldig handelen bij de afwikkeling van verschillende boedeldossiers.)
Het verweer
N twijfelde niet aan de wilsbekwaamheid van moeder. De verlangde dienstverlening was ‘rechttoe rechtaan’. Veel ouderen vragen hun kinderen notariële zaken namens hen te regelen en beschikken niet over een eigen e-mailadres. Dat D in het testament tot enig erfgenaam werd benoemd, was evenmin opmerkelijk. Volgens N wist iedereen die D kende niet beter dan dat zij het enige kind van moeder was. De reden dat D expliciet tot enig erfgenaam moest worden benoemd en D een passage over de onterving van andere kinderen wenste, was dat D vreesde dat er van de kant van de manipulatieve en gewelddadige ex-partner van moeder claims bij de toekomstige nalatenschap neergelegd zouden kunnen worden met een beroep op legitieme aanspraken van (vermeende) andere kinderen.
N had het volste vertrouwen in het oordeel van de huisarts, die hem meerdere malen geadviseerd heeft over de wilsbekwaamheid van cliënten. N ging er daarom van uit dat de huisarts hem wel zou hebben geïnformeerd, als moeder niet in staat zou zijn geweest om haar wil te bepalen. Voor het passeren heeft N anderhalf tot twee uur uitgetrokken. Moeder wist welke dag het was en wat zij op het notariskantoor kwam doen. Vervolgens heeft N moeder uitgebreid geïnformeerd over de inhoud van de akten. Dit heeft N in de Duitse taal gedaan, die hij als zijn moedertaal beheerst en die door moeder werd gebezigd.
Het oordeel
1.B (onafhankelijke wilsvorming)
Het onderzoeksrapport van BFT vermeldt onder meer:
- Het verzoek tot het opmaken van de akten kwam van D;
- Niet blijkt dat N moeder zelf over de opstelling van de akten, de bepalingen in de akten of de gevolgen daarvan heeft gesproken;
- Moeder stond onder bewind;
- Moeder was dementerend en verbleef in een verzorgingshuis voor dementerenden;
- De bespreking vond plaats met belanghebbenden;
- Huisarts/schoonzoon verkrijgt via het testament, hoewel volgens artikel 4:59 BW onwaardig om te erven, alsnog een financieel belang bij het overlijden van moeder. N was onvoldoende alert op de mogelijkheid van beïnvloeding van moeder door D en/of de huisarts.
1.A (wilsbekwaamheid)
Het BFT constateert voorts:
- N was op de hoogte van de dementie van moeder;
- Niet blijkt dat moeder de Nederlandse taal voldoende machtig was.
Nog los van het feit dat N de wilsbekwaamheid van moeder nader had moeten (laten) onderzoeken, verliest N uit het oog dat juist degene op wiens oordeel hij vertrouwde – namelijk de huisarts – een relatie had met D en dat beiden een (in)direct (financieel) belang hadden bij genoemde akten.
1.C (informatieplicht)
N had vóór de dag van het passeren van de notariële akten bij moeder moeten verifiëren of zij de gevolgen van de akten overzag en hij had haar tijdig in de gelegenheid moeten stellen om kennis te nemen van de inhoud van de akten en de (juridische) gevolgen. Indien een partij van buitenlandse komaf is en de Nederlandse taal niet machtig, dient bovendien een tolk te worden ingeschakeld.
1.D (feitelijke onjuistheden in de drie akten)
Het in de akten opgenomen adres van moeder is zowel feitelijk als volgens de BRP onjuist. Ook de verklaring van moeder dat zij de Nederlandse taal voldoende verstaat, is feitelijk onjuist.
De notariskamer legt de maatregel schorsing voor twee weken op.
Opmerking
Notarissen zijn net als iedereen beïnvloedbaar op bewust en vooral op onbewust niveau. Juist waar bekenden/vrienden betrokken zijn, kan er een blinde vlek ontstaan die misbruikt kan worden. Betrek er een collega bij die het proces kritisch volgt of delegeer de zaak. Voor N is het belangrijk om zich te sterken in weerbaarheid en alertheid om herhaling te voorkomen en een goed voorbeeld voor zijn medewerkers te zijn.