Geheimhouding geldt niet voor werkwijze en mogelijk in mindere mate voor de vertegenwoordigers van cliënt
(Inmiddels) oud-notaris N passeert in 2007 voor de oudere zus (Z) van klaagster K onder meer de wijziging van haar testament en huwelijkse voorwaarden met haar partner P. In 2008 passeert N wederom een wijziging van haar testament, en vervolgens nog in mei 2009 en in juni 2011. In 2013 passeert N onder meer een wijziging huwelijkse voorwaarden en een algemene volmacht van Z aan P.
P overlijdt in 2014. Het vermogen van Z wordt onder bewind gesteld van K en haar dochter. Z overlijdt in 2015, 98 jaar oud. In 2015 is er correspondentie tussen advocaat A van Z met N met vragen over de totstandkoming van de akten, waaronder de plaats van passeren, wie daarbij aanwezig waren, hoe de wilsbekwaamheid is bepaald en hoe de inhoud is besproken met Z.
N beantwoordt de vragen summier, waarop A diverse gedetailleerde vragen stelt (vergelijkbaar met vragen uit het Stappenplan beoordeling wilsbekwaamheid).
N reageert dat hij zich niet vrij voelt verdere vragen te beantwoorden vanwege zijn beroepsgeheim.
De klacht
N heeft onvoldoende zorgvuldigheid betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van Z, terwijl er meerdere indicatoren aanwezig waren. N weigert de vragen omtrent de totstandkoming van de akten te beantwoorden. De kamer Den Bosch heeft (voor zover klager ontvankelijk was) de klacht ongegrond verklaard, ECLI:NL:TNORSHE:2019:23.
Het oordeel
Tegenover de gedetailleerde en consistente verklaring van N over de indruk die Z op hem maakte, biedt het medische dossier onvoldoende aanknopingspunten om niet van de juistheid van de verklaring van N uit te gaan.
Het is vaste rechtspraak van het hof dat in zijn algemeenheid de geheimhoudingsplicht van een notaris zich niet uitstrekt tot de wijze waarop een notaris te werk gaat (zie ECLI:NL:GHAMS:2007:AZ8646 en ECLI:NL:GHAMS:2017:8). Deze regel geldt niet alleen voor de notaris tegen wie een tuchtklacht is ingediend, maar ook voor de notaris aan wie door iemand die daarbij een redelijk belang heeft, vragen worden gesteld over de gang van zaken.
De ratio van de geheimhoudingsplicht is de vertrouwensrelatie tussen een notaris en zijn cliënt die het mogelijk moet maken dat de cliënt zich vrij voelt om tegenover de notaris openheid van zaken te geven. Onder de geheimhoudingsplicht valt alleen wat de notaris als zodanig is toevertrouwd en waarvan de cliënt erop mocht vertrouwen dat het verborgen blijft voor anderen. Het is de vraag of en in hoeverre N zich gelet op deze ratio jegens de vertegenwoordigers van Z zou kunnen beroepen op geheimhouding. N had uitleg moeten geven over de gang van zaken en meer in het bijzonder over hoe zijn beoordeling van de wilsbekwaamheid heeft plaatsgevonden.
Het Hof legt de maatregel waarschuwing op.