Kandidaat-notaris of niet: geen eigen keuze
Mr. K is afgestudeerd in het notarieel recht, sinds 2008 werkzaam bij notaris N en ingeschreven in het Register voor het Notariaat. K heeft de notariële beroepsopleiding niet gevolgd. In 2016 heeft het Bureau Financieel Toezicht (BFT) geconstateerd dat K geen PE-opleidingspunten heeft behaald in het tijdvak 2014-2015. K krijgt een waarschuwing en een inhaalverplichting met een hersteltermijn. In 2018 volgt een tweede waarschuwing van het BFT voor het volgende tijdvak, wederom wordt een hersteltermijn gegeven.
In 2018 is K voor langere tijd ‘in de Ziektewet beland’ en N legt contact met het BFT en de KNB. De KNB geeft aan dat het mogelijk is op grond van bijzondere omstandigheden, zoals (aantoonbare) langdurige ziekte, een vrijstelling te krijgen.
Het verzoek tot vrijstelling van de PE-verplichting wordt ruim een jaar later namens K door N ingediend. In dit verzoek schrijft N onder andere: ‘had ik destijds geweten dat … (K) ... hier niet als assistente kon werken, dan had ik haar niet aangenomen en was zij mogelijk lang werkloos geweest.’ N vindt het hoogst opmerkelijk dat K niet als assistente werkzaam mag zijn en noemt de situatie dat K niet als kandidaat-notaris werkzaam wil zijn, redelijk uniek. In dit verzoek worden geen andere bijzondere omstandigheden, zoals ziekte, genoemd.
N verzoekt namens K om een algehele vrijstelling. Dit verzoek wordt door de KNB afgewezen en de KNB wijst erop dat formeel K alleen zelf dit verzoek mag doen.
De klacht
Over het tijdvak 2018-2019 heeft K voor de derde maal geen studiepunten gehaald. Over de periode 2014-2019 bedraagt het totale puntentekort 105. Het vertrouwen van de maatschappij is gebaseerd op vakbekwaamheid en (up-todate) vakkennis van (kandidaat-)notarissen. Ondanks twee herstelmogelijkheden, voldoet K voor de derde maal niet aan de opleidingsverplichting.
Het verweer
N treedt op als gemachtigde van K. N is verbaasd dat er een klacht wordt ingediend zonder te informeren naar de huidige stand van zaken.
Na haar studie zocht K een baan, N had een notarieel assistente nodig en geen kandidaat-notaris. K ambieerde geen functie als kandidaat-notaris. Er zijn verschillende pogingen ondernomen K niet te hoeven melden bij de KNB. K presenteert zich intern en extern niet als kandidaat-notaris, voert geen besprekingen met cliënten en verricht werkzaamheden die identiek zijn aan de overige notarieel medewerkers van kantoor. K heeft nooit de beroepsopleiding of PEopleidingen gevolgd. K heeft inmiddels wel zelf een verzoek tot vrijstelling ingediend bij de KNB, maar hier is nog niet formeel op beslist.
Het oordeel
K voldoet aan de opleidingsvereisten en verricht werkzaamheden onder verantwoordelijkheid van een notaris. Daarbij wordt overwogen dat verwacht en aangenomen mag worden dat werkzaamheden van notarieel medewerkers op een notariskantoor notariële werkzaamheden zijn. K is dus kandidaat-notaris en aan het tuchtrecht onderworpen. K heeft daarmee ook een PE-verplichting om de vakkennis die noodzakelijk is voor een goede beroepsuitoefening bij te houden.
K heeft midden 2020 een verzoek tot vrijstelling bij de KNB ingediend en inmiddels worden er gesprekken gevoerd met de KNB gezien de bijzondere omstandigheden van K.
N stelt voor de klachtbehandeling op te schorten in het licht van deze gesprekken. Los van het besluit van de KNB heeft K tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld omdat zij gedurende drie tijdvakken niet een vrijstelling had en de PE-verplichting daarom niet naast zich neer kon leggen. Vanwege de bijzondere omstandigheden en de gesprekken met de KNB zal er geen maatregel worden opgelegd.
De kamer verklaart de klacht gegrond.
Opmerking
Er kunnen verschillende redenen zijn om niet als kandidaat-notaris werkzaam te (willen) zijn. Bijvoorbeeld: een kandidaatnotaris wil de verplichtingen niet die dit met zich meebrengt vanwege persoonlijke omstandigheden, de PE-verplichting brengt extra kosten met zich mee voor de notaris of de notaris vindt dat de kandidaat-notaris het verwachte niveau van een kandidaatnotaris niet heeft. Zoals wederom blijkt, is er geen keuzevrijheid voor notaris en kandidaat-notaris, waarbij de vraag is of een keuze van een kandidaat-notaris daadwerkelijk altijd in vrijheid wordt gemaakt. Tussen notaris en kandidaat-notaris bestaat immers een contractuele/arbeidsrechtelijke relatie die een zekere mate van afhankelijkheid met zich meebrengt.