Schending geheimhoudingsverplichting ook als inhoud van gesprek niet kan worden vastgesteld

Leestijd: min

Opslaan

Deel deze informatie

Hof Amsterdam 7 april 2020

Klaagster K is moeder van Z, die is verwekt door een KID-behandeling (kunstmatige donorinseminatie). Van de spermadonor D zijn door de arts persoonidentificerende en persoonbeschrijvende gegevens (pepgegevens) gedeponeerd bij notaris N. Deze gegevens zijn aan Z verstrekt na het bereiken van de leeftijd van 16 jaar.
K heeft na ontvangst van de gegevens telefonisch contact gehad met een medewerkster van N. Volgens K is verteld dat het contact tussen een ander donorkind en D niet goed was verlopen, mogelijk als gevolg van medische/psychiatrische problemen van D. Deze informatie is doorgegeven door de moeder van een ander donorkind om anderen voor te bereiden op een contact met D. K heeft verzocht om haar contactgegevens door te geven aan de ouders O van dat andere donorkind, dan wel om O te benaderen met het verzoek contact op te nemen met K. N heeft dat verzoek met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht afgewezen.

De klacht

  1. N heeft het verzoek ten onrechte niet gehonoreerd en daarbij een beroep gedaan op zijn geheimhoudingsplicht.
  2. Een medewerkster van N heeft telefonisch aan K medische/psychosociale informatie over D verstrekt.

De kamer voor het notariaat Den Haag verklaart de klacht ongegrond (ECLI:NL:TNORDHA:2019:18).

Het verweer

  1. Het staat N op grond van zijn geheimhoudingsplicht niet vrij aan het verzoek van K gehoor te geven. Ook als hij met toestemming van K haar gegevens zou delen, bestaat de mogelijkheid dat O daarvan niet gediend is. In de betreffende akte is de gehele procedure duidelijk opgenomen, daarin staat niet het verstrekken van de gevraagde informatie. N is bereid zijn standpunt in heroverweging te nemen als het hof niettemin van oordeel is dat hij zonder zijn beroepsgeheim te schenden zijn medewerking kan verlenen aan het verzoek.
  2. N heeft op de zitting in eerste aanleg verklaard dat zijn medewerkster zich niet meer kan herinneren dat zij iets specifieks heeft gezegd over de achtergrond van D. N betwist niet dat er telefonisch contact is geweest tussen de medewerkster en K.

Het oordeel

  1. D heeft toestemming gegeven om aan Z zijn pep-gegevens te verstrekken. D heeft N niet gemachtigd meer of andere gegevens aan Z te verstrekken of om (ouders van) verschillende donorkinderen met elkaar in contact te brengen. N kan dus niet aan het verzoek van K voldoen omdat hij daarmee zijn (geheimhoudings)verplichtingen ten opzichte van D zou schenden. Klachtonderdeel 1 is ongegrond.
  2. De kennelijk verstrekte informatie heeft bij K gevoelens van onrust veroorzaakt, wat de aanleiding was voor haar verzoek. De medewerkster van N had de genoemde informatie niet aan K mogen doorgeven. Zij had zich moeten realiseren dat zij K in een uiterst moeilijke positie bracht door mededelingen te doen die verontrustend waren, zonder dat er een mogelijkheid was om die onrust weg te nemen, omdat de geheimhoudingsverplichting van N dat verhinderde. Nu N verantwoordelijk is voor de personen die op zijn kantoor werkzaam zijn, is het hof van oordeel dat klachtonderdeel 2 gegrond is.

Het Hof legt de maatregel waarschuwing op.

Opmerking

Het lijkt erop dat de gegevens in 2004 (door de betreffende arts op basis van zijn wettelijke verplichting) niet zijn ondergebracht bij de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting. Momenteel is er een wetsvoorstel in consultatie dat het wettelijk mogelijk maakt kinderen van dezelfde donor met elkaar in contact te brengen.