Schending van Wwft valt onder tuchtnorm Notariswet
Na ontvangst van twee meldingen van de Belastingdienst over een aandelenoverdracht en 24 oprichtingen van bv’s gepasseerd door notaris N, start het Bureau Financieel Toezicht (BFT) een nader onderzoek op grond van artikel 110 Wet op het notarisambt (Wna) en artikel 24 Wet ter voorkoming van het witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Het onderzoek betreft 4 dossiers, waarvan de nummers 1, 2 en 4 de volgende risico-indicatoren bevatten:
Dossier 1, aandelenoverdracht:
- de koopprijs voor de aandelen bedroeg 1.000 euro;
- koper woonde niet in de buurt van het kantoor van N;
- de vennootschap was niet gevestigd in de buurt van het kantoor van N;
- de vennootschap had geen enkele jaarrekening gedeponeerd;
- er was – hoewel hier specifiek naar is gevraagd – geen financiële onderbouwing van de koopprijs ontvangen en niet nogmaals om gevraagd;
- verkoper bood geen financiële garanties en de baten en lasten van de onderneming kwamen met terugwerkende kracht voor rekening van koper;
- de adviseur van verkoper, zoals N hem noemt, was de heer A. Hij was samen met mevrouw B zelfstandig bevoegd bestuurder van verkoper. Beiden gebruikten hetzelfde e‑mailadres;
- A voerde het woord tijdens de bespreking en alle contacten/correspondentie verliepen via hem;
- er was niet apart met koper gesproken en er bleek niet van verder contact met de koper na de gezamenlijke bespreking;
- de conceptakte was niet rechtstreeks aan koper voorgelegd en er was geen akkoordverklaring door koper gegeven;
- er werd met volmacht gepasseerd (N had koper niet zelf gesproken);
- het bezoekadres van de vennootschap bleef hetzelfde (een flat).
Dossier 2, oprichting bv:
- N heeft – zonder nader onderzoek te doen – genoegen genomen met de verstrekte gegevens door tussenpersoon X;
- er was een natuurlijk persoon betrokken met een buitenlandse nationaliteit, woonachtig in het buitenland;
- de oprichter richtte een vennootschap op waarvan hij tevens bestuurder werd;
- de vennootschap werd gevestigd op het adres van een bedrijfsverzamelgebouw;
- er is geen rechtstreeks contact geweest met de oprichter, de conceptakte is aan X gestuurd;
- de ‘niet meteen gebruikelijke’ hoogte van het gestorte aandelenkapitaal van 200.000 euro;
- er was geen bewijs van storting van het aandelenkapitaal beschikbaar.
Dossier 4, oprichting stichting:
- idem eerste vier punten van dossier 2;
- N heeft in korte tijd meerdere stichtingen en bv’s opgericht voor de oprichter, terwijl daar geen logische verklaring voor was. N maakt – na hierop te zijn gewezen door het BFT – melding van een ongebruikelijke transactie bij de Financial Intelligence Unit (FIA) inzake Dossier 1.
De klacht
Het BFT verwijt N de schending van zijn onderzoeksplicht (i), de schending van zijn Weigerings-/opschortingsplicht (ii), het nalaten van verscherpt cliëntenonderzoek (iii) en overtreding van de meldingsplicht (iv).
N heeft bij de behandeling van dossiers 2 en 4 de door de KNB nadrukkelijk onder de aandacht gebrachte nadere risico-indicatoren genegeerd.
De kamer Amsterdam (ECLI:NL:TNORAMS: 2019:21) verklaarde klachtonderdelen iii en iv niet-ontvankelijk en klachtonderdelen i en ii gegrond, met oplegging van een berisping.
Het BFT betoogt in hoger beroep dat de kamer ten onrechte heeft overwogen dat het BFT zich ten aanzien van de geconstateerde schending van de Wwft uitsluitend mag bedienen van de sanctiebepalingen uit de Wwft en geen tuchtklacht kan indienen op grond van artikel 111b Wna in verbinding met artikel 93 Wna.
De drie andere kamers voor het notariaat hebben eerder wel geoordeeld dat tuchtrechtelijke handhaving van de poortwachtersverplichtingen van notarissen mogelijk is, maar de kamer Amsterdam oordeelt bestendig anders.
Het oordeel
Anders dan de kamer is het Hof van oordeel dat het BFT ontvankelijk is in de klacht onderdelen iii en iv. Een schending van de Wwft in het algemeen – dus niet alleen onder bijzondere omstandigheden zoals de kamer van oordeel is – valt onder de tuchtnorm van artikel 93 Wna en wordt dus niet uitsluitend gesanctioneerd op grond van de sanctiebepalingen uit de Wwft.
Het handelen van de notaris wordt mede ingevuld door de uit de Wwft voortvloeiende verplichtingen. Het naleven van de verplichtingen uit de Wwft hangt dan ook zo nauw samen met het handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris betaamt, dat de notaris ook op grond van het notariële tuchtrecht kan worden aangesproken voor niet-naleving van deze verplichtingen. Het Hof verklaart de klachtonderdelen iii en iv gegrond.
Gezien de ernst van de verweten gedragingen en nu alle klachtonderdelen gegrond zijn verklaard, zou de optelsom kunnen zijn dat de zwaardere maatregel van schorsing wordt opgelegd, maar daarvoor ziet het hof te weinig grond. De klacht ziet op drie dossiers, waarvan de akten in een relatief korte periode zijn gepasseerd, zodat niet vastgesteld kan worden dat er sprake is van structureel laakbaar handelen gedurende een langere periode. Bovendien heeft N blijk gegeven van inzicht, maatregelen getroffen ter verbetering van de naleving van Wwft-verplichtingen en heeft hij verklaard dat de ondernemingsrechtpraktijk sterk is teruggebracht.
Gezien het vorenstaande acht het Hof de maatregel van berisping in combinatie met een geldboete passend en geboden. Het Hof stelt de boete vast op 3.000 euro, in aanmerking nemend de hoogte van het veronderstelde voordeel dat N met de onderhavige akten heeft behaald.
Het Hof legt de maatregel berisping en een boete van 3.000 euro op.
Opmerking
De kamer Amsterdam zal zich nu moeten voegen in de lijn van de andere kamers.