Uitbetaling depotgelden na gedeeltelijke ontbinding koopovereenkomst
Klager K heeft een koopovereenkomst gesloten met koper A. De koopovereenkomst is opgesteld door een medewerker van notaris N. In de conceptkoopovereenkomst is in artikel 16 lid 4 een huurgarantie opgenomen en in artikel 16 lid 5 een onmiddellijk opeisbare boete van 25 procent van de koopprijs bij ontbinding. In de definitieve koopovereenkomst is in artikel 16 lid 4 de huurgarantie opgenomen en in artikel 16 lid 5 een na-verrekeningsverplichting van de koopprijs als de jaarhuur van het verkochte lager zou blijken te zijn dan het in de koopovereenkomst genoemde bedrag. Voorafgaand aan de akte van levering wordt een depotovereenkomst getekend, een deel van de koopsom (200.000 euro) blijft in depot bij N. Het grootste deel van dit bedrag is tot zekerheid voor de nakoming van de na-verrekeningsverplichting en een klein deel van het bedrag is bestemd voor het herstellen van gebreken.
In de depotovereenkomst is vermeld dat uitbetaling plaatsvindt na gelijkluidende schriftelijke opdracht van beide partijen of na een rechterlijke uitspraak die in kracht van gewijsde is gegaan of uitvoerbaar bij voorraad is verklaard.
Rechtbank Amsterdam heeft op vordering van A de koopovereenkomst gedeeltelijk ontbonden ten aanzien van de verplichting tot levering en de verplichting tot betaling van de koopsom. En K is bij verstek veroordeeld een bedrag van 1.632.000 euro aan A te betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. A heeft vervolgens executoriaal derdenbeslag laten leggen bij N en N heeft de depotgelden aan de deurwaarder overgemaakt. Tegen het verstekvonnis heeft K verzet aangetekend.
De klacht
- In strijd met de depotovereenkomst is N overgegaan tot uitbetaling van gelden aan de deurwaarder.
- K is nooit geïnformeerd over een significant verschil tussen artikel 16 in de conceptkoopovereenkomst en in de definitieve versie van de koopovereenkomst.
Het verweer
Het vonnis van de rechtbank was uitvoerbaar bij voorraad verklaard en op instructie van de deurwaarder heeft N het bedrag uitbetaald. Ook A heeft N verzocht tot uitkering van de gelden over te gaan.
Het oordeel
- uitbetaling depot
N had K moeten informeren over zijn voornemen de gelden uit te betalen zodat K zo nodig nog (rechts)maatregelen had kunnen treffen ter voorkoming van uit - betaling. Het vonnis spreekt niet over de depotovereenkomst en N kon zich niet uitspreken over wie gerechtigd was tot de gelden. N had behoren te verklaren dat hij de gelden voorwaardelijk voor beide partijen hield. Het is onbegrijpelijk dat bij ontbinding van een koopovereenkomst N meent te kunnen verklaren dat het depotgedeelte van de koopsom van K zou zijn. N dient bij een verzoek tot uitbetaling zijn eigen afweging te maken en zorgvuldig te werk te gaan met inachtneming van de belangen van alle betrokken partijen, dat heeft N niet gedaan. De rechter constateert dat het erop lijkt dat N ‘zijn oren eenzijdig naar de wensen van … (A) ... heeft laten hangen, in plaats van zijn rol als onafhankelijk en onpartijdig baken in het rechtsverkeer tussen partijen waar te maken.
Het eerste klachtonderdeel is gegrond. - artikel 16 leden 4 en 5
Dit klachtonderdeel is te laat ingediend bij de kamer en derhalve niet-ontvankelijk. De klachttermijn is gaan lopen op het moment van ondertekening van de koopovereenkomst.
Het Hof legt de maatregel waarschuwing op.