Resultaten verversen automatisch bij selectie
Als de akte in het Nederlands is gesteld, dan geldt de ‘gewone’ regel van artikel 42 Wna. Er is ook dan een vertaling nodig en een bij voorkeur beëdigde tolk. De wet kent geen uitzondering voor dit geval.
Als er een tolk moet worden ingeschakeld, dan moet dat in beginsel een tolk in de moedertaal zijn. Gaat het om een tweetalige partij, dan mag die partij kiezen in welke taal zij de voorlichting wenst te ontvangen.
Er wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van een beëdigde tolk. Als het familielid beëdigd tolk is, mag hij of zij optreden als tolk mits hij of zij geen direct of indirect eigen belang heeft bij de inhoud van de akte.
U kunt een beëdigde tolk en vertaler zoeken via de website van de Raad voor de rechtsbijstand.
Schrijf- en gebarentolken vindt u op de website tolkcontact.nl.
Als er sprake is van spoed en het is niet mogelijk tijdig een tolk te vinden, of voor de betreffende taal is geen tolk beschikbaar in het register, dan kan aansluiting gezocht worden bij art. 28 Wet beëdigde tolken en vertalers.
De kosten voor het maken van een vertaling en de bijstand van een tolk komen voor rekening van de cliënt. De notaris moet de cliënt vooraf wijzen op die kosten. Doven, doofblinden en slechthorenden kunnen via het UWV een vergoeding krijgen voor een tolk. Kijk voor meer informatie op de website van het UWV.
Voor de kwaliteit van de vertaling is in eerste instantie de tolk verantwoordelijk. Vloeit er schade voort uit fouten van de tolk, dan is de tolk daarvoor aansprakelijk.
De akte mag alleen in een vreemde taal worden verleden als de notaris die taal beheerst en partijen de notaris vragen de akte in de vreemde taal te verlijden.
Zijn er discrepanties tussen de originele akte en de vertaling daarvan of uitlegkwesties, dan prevaleert in ieder geval tussen partijen de tekst van de originele akte. Is die in een vreemde taal gesteld, dan gaat die dus boven de Nederlandse vertaling.
Volgens artikel 42 lid 2 Wna mag een akte ook tweetalig worden verleden, mits de notaris die tweede taal ‘verstaat’. In dat geval geldt, net als bij het verlijden van een akte in een vreemde taal, dat de notaris zelf in die tweede taal mag voorlezen en toelichten.
Klachten kunnen worden aangebracht door iedereen met een redelijk belang, dus bijvoorbeeld door een cliënt, de voorzitter van de kamer voor het notariaat, de KNB, het bureau financieel toezicht (BFT) of een andere notaris.
Een klacht kan slechts worden ingediend bij de kamer voor het notariaat gedurende drie jaren na de dag waarop de klager van het betreffende handelen of nalaten van de (kandidaat-)notaris kennis heeft genomen. Deze vervaltermijn is geregeld in artikel 99 twaalfde lid Wet op het notarisambt.
De contactgegevens van de vier kamers voor het notariaat vindt u op www.rechtspraak.nl.
Voordat de kamer voor het notariaat een klacht in behandeling neemt, moet de klager 50 euro griffierecht betalen.
De kamer voor het notariaat bestaat uit 3 of 5 personen (artikel 94 lid 4 en lid 8 Wna).
Samenstelling bij 3 personen:
Behandeling door de voorzitter Na ontvangst van de klacht bekijkt de voorzitter van de kamer voor het notariaat de zaak. Hij kan klachten afwijzen op de grond dat zij kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of naar zijn oordeel van onvoldoende gewicht zijn.
De kamer voor het notariaat kan bijvoorbeeld één van de volgende maatregelen opleggen aan de notaris:
Indien sprake is van een klacht tegen een notaris van zeer ernstige aard dan wel indien er sprake is van kennelijk gevaar voor benadeling van derden én de voorzitter van de kamer voor het notariaat een ernstig vermoeden heeft ten aanzien van de gegrondheid van de klacht of van de benadeling, kan de voorzitter
Partijen kunnen tegen de uitspraak van de kamer voor het notariaat in beroep gaan bij het gerechtshof Amsterdam. De termijn hiervoor is 30 dagen na de dag van verzending van de aangetekende brief waarin de beslissing van de kamer wordt meegedeeld.
Het OM kan alleen de gegevens opvragen die betrekking hebben op het betalingsverkeer dat via de derdengeldenrekening loopt. Deze informatieplicht omvat mede de gegevens die onder de informatieplicht ten opzichte van de belastingdienst vallen (artikel 25 lid 8).