Logo KNB.nl
English

Hoe werkt de geheimhoudingsplicht?

Het ambtsgeheim van de notaris geldt voor alle vertrouwelijke informatie die hij in zijn beroepsuitoefening heeft ontvangen. Het ambtsgeheim strekt zich uit over de gehele dienstverlening van de notaris en de reikwijdte ervan is niet afhankelijk van de vraag of in het kader van deze dienstverlening een notariële akte tot stand komt.

De notaris mag deze vertrouwelijke informatie ook niet in een juridische procedure prijsgeven. Hij mag zich tegenover een rechter verschonen van het afleggen van een getuigenverklaring voor zover hij daarmee vertrouwelijke informatie zou moeten onthullen: dat is zijn verschoningsrecht.

Dienst weigeren

Daarnaast is een notaris in het algemeen verplicht om iedere klant juridische dienstverlening te bieden (ministerieplicht), ook klanten die zijn veroordeeld voor strafbare feiten. Een gedetineerde moet ook een testament kunnen maken en dat testament blijft ook dan vertrouwelijk. Maar het is uiteraard niet de bedoeling dat de notaris meewerkt aan malafide transacties (een notariële akte passeert voor een transactie waarvan hij weet dat die niet deugt) en zijn geheimhoudingsplicht inzet om dergelijke transacties aan het zicht te onttrekken. Een notaris die dat wel doet, overtreedt de Wet op het notarisambt. Die wet schrijft hem namelijk voor om in zo'n geval zijn dienst te weigeren.

Inperken geheimhoudingsplicht en verschoningsrecht

Sinds de invoering van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT) is de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht voor specifieke gevallen wettelijk ingeperkt. Notarissen hebben op grond van de WWFT de plicht om ongebruikelijke transacties waarbij sprake is van een vermoeden van witwassen of financieren van terrorisme te melden bij de Financial Intelligence Unit (FIU). Notarissen kunnen zich tegenover de FIU, indien en voor zover de FIU bevoegdheden uit de WWFT uitoefent, niet beroepen op hun geheimhoudingsplicht. De controle op de naleving van de WWFT door notarissen ligt bij het Bureau Financieel Toezicht (BFT).

Afgeleide geheimhoudingsplicht

Voor een peer review (intercollegiale toetsing) gelden er bijzondere regels rondom de geheimhoudingsplicht. Een notaris kan zich niet op zijn geheimhoudingsplicht beroepen tegenover de auditoren van de KNB. De auditoren hebben echter wel een afgeleide geheimhoudingsplicht, zodat voor zover cliëntinformatie is gedeeld met de auditor, op de auditor dezelfde geheimhoudingsplicht rust als op de notaris zelf.

Dezelfde afgeleide geheimhoudingsplicht geldt overigens ook voor de tuchtrechter en onderzoekers van het BFT met wie een notaris cliëntinformatie heeft gedeeld.