Van der Steur informeert Kamer over verschoningsrecht

Minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie heeft de Tweede Kamer geïnformeerd (pdf) over het spanningsveld tussen het sectorale beroepsgeheim en het daarmee verband houdende verschoningsrecht en de fraudebestrijding. Daarnaast ging Van der Steur in op de wijzigingen van het verschoningsrecht in het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering.

De minister benadrukt het grote belang van het beroepsgeheim en het daarmee samenhangende professioneel verschoningsrecht. Hij geeft daarbij aan dat het professioneel verschoningsrecht (artikel 218 Wetboek van Strafvordering) een belangrijk onderdeel van het rechtsstelsel vormt. Het is daarom belangrijk de uitzonderingspositie van het verschoningsrecht te bewaken en de grenzen helder te definiëren. Tegelijkertijd vormt dit verschoningsrecht een inperking van de verklaringsplicht van de getuige en de mogelijkheid om stukken in beslag te nemen en in die zin een belemmering voor de waarheidsvinding.

Praktijksituaties
In zijn Kamerbrief verwijst Van der Steur naar de gaande gesprekken met het OM, de KNB en de NOvA. Deze gesprekken inventariseren concrete praktijksituaties waarbij mogelijk sprake is van onduidelijkheid of het beroepsgeheim kan worden ingeroepen, maar ook situaties waarin sprake is van een onwenselijke uitwerking van het beroepsgeheim. Van der Steur geeft vier voorbeelden van praktijksituaties die al zijn geïdentificeerd. Bijvoorbeeld: een verschoningsgerechtigde verricht nevenwerkzaamheden niet in zijn hoedanigheid van advocaat of notaris (bijvoorbeeld als bestuurder van een rechtspersoon). Ten tweede: een verschoningsgerechtigde woont besprekingen bij met geen ander doel dan de inhoud van die besprekingen onder het bereik van het verschoningsrecht te brengen. Een derde voorbeeld gaat over de (bedrijfs)administratie die bij een verschoningsgerechtigde wordt ondergebracht met geen ander doel dan die administratie onder het bereik van het verschoningsrecht te brengen. Tot slot noemt de minister als voorbeeld een verschoningsgerechtigde die bij correspondentie in de cc wordt meegenomen met geen ander doel dan de inhoud van die correspondentie onder het bereik van het verschoningsrecht te brengen.

Wetboek van Strafvordering
Van der Steur gaat ook in op de wijzigingen van het professioneel verschoningsrecht in het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering. De wijzigingen hebben betrekking op de reikwijdte, doorbreking en procedure. Zo wordt bekeken welke informatie wel en welke informatie niet onder het verschoningsrecht valt. Verder wil Van der Steur de jurisprudentie van de Hoge Raad over de ‘doorbreking’ van het verschoningsrecht codificeren. Tot slot wil hij kijken of een verdere verbetering van de huidige procedure mogelijk is.

De brief wordt door de Commissie V&J behandeld tijdens een Algemeen Overleg Fraude, dat binnenkort wordt gepland.

Verder in het nieuws

Minister Hoekstra: ‘Privacy UBO verbeterd’

UBO’s krijgen inzicht in hoe vaak hun informatie wordt geraadpleegd. Ook wordt de identificatie van raadplegers van het UBO-register verbeterd. Met deze twee maatregelen wil minister Wopke Hoekstra va...